|
4010 |
De zesde eeuw |
|
Klik hier voor het frame van de pagina Volgens sommige historici heeft zich rond het jaar 534 een enorme catastrofe voorgedaan. De aarde werd toen volgens hen getroffen door een komeetfragment. Door de kracht van de inslag werd de atmosfeer vervuild door een enorme hoeveelheid stof. Door de afscherming van het zonlicht trad er een soort nucleaire winter in. De bewijzen hiervoor zijn voor een belangrijk deel afkomstig van de jaarringen van de bomen.Achter elkaar gelegd geven die een goede indicatie van de klimaatomstandigheden door de eeuwen heen. Slecht weer resulteert in een matige groei van de bomen en smalle jaarringen. In de jaarkringreeksen van de zesde eeuw zijn verschillende perioden met slecht weer herkenbaar. |
![]() |
|
Daarnaast wordt duidelijk dat er rond het jaar 534 iets dramatisch moet zijn gebeurd., waardoor het groeitempo van bomen over het noordelijk halfrond flink terugliep. Jaarring reeksen uit zowel Europa als Noord-Amerika geven een duidelijk groeireductie te zien die ongeveer 15 jaar duurde. Er trad een inzinking in die zijn gelijke niet heeft in de periode van 2000 jaar waarover nu jaarringreeksen bekend zijn. (De laatste catastrofe die een dergelijke nucleaire winter tot gevolg had, was de uitbarsting van de vulkaan op het Griekse eiland Thera in 1628 v. Chr.). Waarschijnlijk was het nu echter geen vulkanische catastrofe. Voor een grote vulkaanuitbarsting zijn geen bewijzen te vinden. Zo'n uitbarsting zou een zuur spoor hebben achtergelaten in sedimenten en het pakijs op bijvoorbeeld Groenland. Vulkanologen hebben de vulkanische geschiedenis van de aarde zo tot 9000 jaar terug in kaart weten te brengen. Maar van een eruptie rond 534 hebben ze geen sporen aangetroffen. Dan blijft een kosmische botsing eigenlijk als enige andere optie over. De catastrofe werd echter niet alleen door de bomen opgemerkt, ook in historische bronnen wordt melding gemaakt van bijzondere omstandigheden. In 536 schreef een Romeins ambtenaar dat de zon voor bijna ene jaar verduisterd raakte en ook de zesde eeuwse historicus Procopius vermeldde dat de zon scheen zonder helderheid. Gregorius van Tours beschrijft hoe hij op een zondag in het jaar 583 (49 jaar later dus!) op een zondag, tijdens de vroegmis - de lucht was zwaar bewolkt, het regende - een grote bal van vuur uit de hemel zag neerkomen, die enige tijd door de lucht bewoog en zo helder scheen dat het leek of het een zonnige dag was. Vervolgens zag hij het ding achter een wolk verdwijnen en viel de duisternis weer in. Gregorius legt die gebeurtenis uit als Gods aankondiging voor de rampzalige gebeurtenissen die een jaar later (584) zouden plaats vinden: de dood van het 2-jarige zoontje van koning De gevolgen bleven niet uit. Oogsten mislukten en enorme hongersnoden braken uit. Niet alleen in Italië, Mesopotamië en Engeland en Ierland, maar ook in China, waar tussen 536 en 538 in sommige delen 70 tot 80 procent van de bevolking stierf. De mislukte oogsten als gevolg van de stofconcentraties, de verduistering van de zon en de klimaatveranderingen hebben grote sociale en politieke gevolgen gehad in Europa, het Midden-Oosten en in China. In Europa en het Midden-Oosten brak rond 540 builenpest uit, waardoor bijvoorbeeld in Constantinopel bijna de helft van de half miljoen inwoners het leven liet. In 590 brak in Rome opnieuw de pest uit, waarvan de paus het slachtoffer werd. De klimaatveranderingen hebben ook vrijwel zeker geresulteerd in massale volksverhuizingen - van mensen op zoek naar vruchtbare gronden. Rond 540 en 550 trokken barbaren uit Bulgarije door Europa, twintig jaar later gevolgd door de Avaren, die op hun beurt werden opgejaagd door Turkse stammen. Grote delen van het voormalige Romeinse rijk raakten ontvolkt. Constantinopel slonk van een half miljoen inwoners rond 520 tot nog maar 25.000 in 650. De donkere Middeleeuwen waren begonnen. De catastrofe uit het midden van de jaren 530 valt ook samen met een van de meest geheimzinnige gebeurtenissen uit de Chinese geschiedenis, de volledige ontvolking van de keizerlijke hoofdstad Loyang in 534, toen de keizer om onverklaarbare reden de totale evacuatie van de stad beval. Noord-China stortte, na anderhalve eeuw stabiliteit en rust, politiek volledig in en in Zuid-China volgde een periode van economische en sociale chaos. laatst bijgewerkt: 26-09-07 |