|
1361 |
Trechterbekercultuur
inWest- en Midden-Europa |
|
Vanaf ± 3700 v. Chr. ontstond in het Noordwest-Europa de Trechterbekercultuur. Deze naam is genoemd naar de enigszins trechtervormige bekers en potten die werden gemaakt (z. foto rechts). Deze waren bolvormige romp en hadden een naar boven wijder wordende hals.
De aanwezigheid van Trechterbekermensen,
de bouwers van "hunebedden" en makers
van prachtig versierd aardewerk wordt traditioneel verklaard met immigratie
of invasie. |
|
| De Trechterbekermensen waren een half-nomadisch volk en leefden vooral van de veeteelt en daarnaast ook van de jacht en graanteelt. Zij woonden in kleine nederzettingen met kleine rechthoekige boerderijen. De oudste vondsten van voorwerpen van de Trechterbekercultuur dateren uit ca. 4400 v. Chr. en werden gedaan in Sleeswijk-Holstein (Noord-Duitsland). Ca. 3800 v. Chr. verspreidde de Trechterbekercultuur zich over Scandinavië en Polen. Ca. 3600 v. Chr. ontstonden de eerste megalithische graven ("hunebedden") in Scandinavië en Duitsland. Na het verdwijnen van de Swifterbantcultuur tussen 3700 - 3500 v. Chr. drong de Trechterbekercultuur verder door in de Lage landen (naar het gebied ten noorden van grote rivieren). Er vond een heuse omslag plaats op het gebied van landbouw en ontwikkeling. In Limburg ontstond werd vuursteen gedolven. Uit ca. 3400 v. Chr. dateert het oudste in ons land gevonden hunebed. |
|
De huizen bestonden uit een stevig staketsel van rechtop staande palen. Tussen de palen werden takken gevlochten, die later met leem bestreken werden. Op het dak lag riet. De hunebedbouwers leefden in en om hun huizen, hielden vee binnen afgerasterde stukken weiland en verbouwden graan. |
![]() |
Steeds duidelijker wordt namelijk dat
er in het deltagebied van de Rijn en de Maas een continue ontwikkeling
heeft plaatsgevonden. Een ontwikkeling die haar vertrekpunt heeft ±
4900 v. Chr. en die via de Swifterbantcultuur
doorloopt tot in de Trechterbekercultuur en waar geen invasie
aan te pas is gekomen. Er vielen geen andere groepen binnen, wordt er door
de archeologen gesteld, maar de mensen die er woonden veranderden hun gebruiken. Uit de Trechterbekercultuur ontwikkelde zich aan het eind van het 4e mill. v. Chr. (± 3100 v. Chr.) de Standvoetbekercultuur, het Nederlandse onderdeel van de Strijdhamerculturen.
|
|
Op een rivierduin langs de oude benedenloop van de Overijsselse Vecht bij het voormalige eiland Schokland in de Noordoostpolder zijn bij opgravingen in 1989 in een kleilaag die met zekerheid gedateerd kon worden op 3700 - 3500 v. Chr. aardewerkscherven gevonden die zowel kenmerken van de Swifterbandcultuur (puntbodems, versiering met gaatjes, indrukken en rechthoekige insteken op de potranden) als van de vroege Trechterbekercultuur: rechte bodems, doorboorde oren, versiering door verticale touwindrukken. Dit vroege type Trechterbeker aardewerk is eveneens aangetroffen in zowel Denemarken als Noord-Duitsland. Onder de vondsten zaten verder fragmenten van bakplaten en kraagflesjes, aardewerk dat deel uitmaakte van het Trechterbeker assortiment. Verder zijn er sporen gevonden van één van de vroegst bekende houten gebouwen in Noord-Nederland, met een vermoedelijke datering tussen ± 4000 en ± 3500 v. Chr. Nabij het Noord-Hollandse plaatsje Slootdorp in de Wieringermeer zijn de restanten gevonden
van een Trechterbekernederzetting uit ± 3100 v. Chr. Er zijn tienduizenden fragmenten van botten,
vuurstenen werktuigen en scherven gevonden,
naast restanten van waterputten, afvalkuilen, slachtafval, potten en een
primitieve hut. De nederzetting moet in de zomerperiode onderdak hebben
geboden aan vijf tot tien mensen, die in de kweldergebieden ten zuiden
van het huidige Wieringen het vee lieten grazen. laatst bijgewerkt 24-12-02 |