|
Achaeërs of Achaïers was
oorspronkelijk de naam voor de oudste Griekssprekende stam (of groep van
stammen) die het Griekse schiereiland binnendrong (tussen 2500 en 2000 v.Chr.?).
Ze worden als de voorouders van de Grieken
gezien, onder meer omdat het Myceense koningshuis in vele Griekse mythen
opduikt, maar ook omdat hun taal, vastgelegd in het Lineair B-schrift,
sterke gelijkenissen vertoont met het latere Grieks. Aangezien Homerus
de benaming Achaeërs gebruikt als verzamelnaam voor alle tegen Troje
strijdende Grieken, en omdat men in Hittitische archieven de naam Akhijawa
tegenkomt, mag men aannemen dat de dragers van de zogenaamde Myceense
beschaving zichzelf "Achaeërs" noemden. Het is mogelijk
dat dit reeds wijst op een eenheidsbewustzijn van alle Griekse stammen
(zoals de Grieken zich vanaf de 9e eeuw v.Chr. "Hellenen" zullen
noemen). De voorouders van de Doriërs en de Noordwestelijke
Grieken vallen niet onder deze benaming, omdat zij buiten het Myceense
cultuurgebied woonden. Bij de inval van de Doriërs in het zuiden werden
vele Achaeërs gedwongen hun oorspronkelijke woongebied te verlaten.
In historische tijden verwijst de term naar de
bewoners van het landschap Achaea aan de noordkust van de Peloponnesos.
In 1295 v. Chr.
stierf
Pandion ll, de koning van Athene. Aegeus verdreef de zonen van
Metion en werd koning van Athene.
In 1292 v. Chr. kwam Heracles
aan in zijn vaderstad Thebe en doodde de leeuw van de berg
Cithaeron .
In 1291 v. Chr. zonden de goden de
Sphinx uit om de stad
Thebe te
straffen.
Koning
Laius
van Thebe, onderweg naar Delphi om het orakel
te raadplegen, werd gedood door Oedipous. Deze versloeg de
Sphinx en werd als bevrijder in Thebe onthaald.
Thebe raakte verwikkeld in een strijd tegen de naburige koning
Erginos. Heracles
versloeg hem en bevrijdde Thebe van de onderdrukking.
In 1290 v. Chr.
werd Bellerophon,
de zoon van
Glaucus van Corynthe, wegens doodslag verbannen.
Pelias
van Iolcos (Thessalië) zond zijn neef Jason uit
op een onmogelijk avontuur om
het befaamde Gulden Vlies bemachtigen.
|
|
Koningen van Thebe
|
| Kadmos |
1440 - 1410 |
| Polydorus |
1410 - 1394 |
| Pentheus |
1394 - 1389 |
| Polydorus |
1389 - 1363 |
| Labdacus |
1363 - 1315 |
| Laius |
1315 - 1308 |
| Amhion en Zhethus |
1308 - 1301 |
| Laius |
1301 - 1291 |
| Oedipous |
1291 - 1276 |
|
Eteokles
Polyneikes
|
1276 - 1261 |
| Creon |
1261 - |
|
Koningen van Mycene
|
| Perseus |
1376 - 1348 |
| Electrycon |
1348 - 1311 |
| Sthenelus |
1311 - xxxx |
|
Erystheus |
ca. 1277 - 1242 |
| Atreus |
1242 - 1237 |
| Thyestes |
1237 - 1235 |
| Agamemnon |
1235 - 1209 |
| Aegisthus |
1209 - 1201 |
| Orestes |
1201 - ca. 1150 |
|
Koningen van
Corynthe |
| Glaucus |
xxxx - 1288 |
| Jason |
1288 - 1278 |
|
Koningen van
Athene |
| Pandion ll |
xxxx - 1295 |
| Aegeus |
1295 - 1269 |
| Theseus |
1269 - 1231 |
| Menestheus |
1231 - |
| |
|
|