|
2223 |
Jason en zijn reis met de Argonauten |
![]() |
![]() |
![]() |
Jason
beloofde hij dat hij de troon zou mogen bestijgen als hij een opdracht had
vervuld. De opdracht voor Jason bestond er in om in Colchis aan de oostkust van de
Zwarte Zee het befaamde Gulden
Vlies te bemachtigen. Dit werd bewaakt door Aietes, de koning van Aea,
een koninkrijk in West-Georgië, aan het oostelijke einde van de Zwarte
Zee (toen Euxine Zee genaamd). Het
Gulden Vlies was de gouden vacht van een ram van goddelijke afkomst,
waarop Frixos (Phryxus)
en zijn zus Helle waren
ontsnapt aan hun stiefmoeder, die hen uit de weg wilde ruimen door hen te
offeren. Op hun vliegende vlucht was Helle er echter afgevallen en de zee
waarin ze terechtkwam was naar haar genoemd: Hellespont. Frixos kwam wel
veilig aan op Colchis. Uit dankbaarheid offerde hij de ram aan de goden
(de god Zeus) en de vacht gaf hij aan de koning van Colchis. Deze
liet
de vacht ophangen aan een heilige eik
in het woud van Ares. Volgens
een orakel zou de eigenaar van het Gulden Vlies het eeuwige leven hebben.
Iedereen wil wel het eeuwige leven hebben en daarom probeerden velen het
Gulden Vlies te bemachtigen. De meesten sneuvelden al onderweg, een
enkeling bij de heilige eik door toedoen van zijn bewaker, een gemene
gifslang.
Jason verzamelde rond zich 50 of nog meer nobele jonge Grieken om hem op deze
gevaarlijke reis te begeleiden. In deze groep -de Argonauten
(Gr. nautès = schepelingen) genaamd - zaten ondermeer Heracles, Castor
en Pollux uit Sparta, Orpheus, Zetes, Calaïs,
Nestor (een van de twaalf zonen van |
| In
1289 v. Chr. vertrok de Argo uit de
haven Pagasae in Iolcus. Vandaar ging de reis naar Lemnos, waar de Argonauten
langdurig verbleven en Jason de vorstin Hypsipyle huwde. Op
Samothrace lieten zij zich inwijden in de mysteriën van de Cabiren,
wier cultus op het eiland beroemd was. (De Cabiren waren goddelijke
wezens, van Kleinaziatische herkomst, enerzijds goedgunstig, anderzijds
destructief van aard).
In het land
van de Dolionen in Phrygië werden de reizigers gastvrij ontvangen
door koning |
|
|
De Bosporus werd gepasseerd en aan de Thracische kust te
Salmydessus bevrijdden Zetes en Calaïs de blinde koning Rechts: Waterhouse, Jason en Medea |
|
Op het eiland woonde
koningsdochter De koning had inmiddels door gekregen dat
zijn dochter hem verraden had en was woedend. In haar droom werd ze voor
hem gewaarschuwd en ze spoedde zich naar de heilige eik. Omdat ze bang was
dat haar kleine broertje Apsyrtos haar vlucht zou verraden met zijn
gehuil, nam ze hem mee. Ofschoon nu
het Gulden Vlies bemachtigd was, verliep ook de terugtocht van de
Argonauten allerminst zonder moeilijkheden. Op
zee werden Jason en Rechts: Medea, Frederick Sandys, 1866-1868. Birmingham Museum and Art Gallery. |
|
| In allerlei
uiteenlopende verhalen over de terugreis van de Argo weerspiegelen zich de
geografische opvattingen van de oude wereld. Het schip zou de Don hebben
bevaren of zou via de Donau en deels over land zelfs de Noordzee hebben
bereikt; door de "Zuilen van Hercules" (Straat van
Gibraltar), kwam het in de Tyrrheense Zee, waar de traditie allerlei
avonturen lokaliseert, die ook in Homerus' Odyssee voorkomen: bijvoorbeeld
een bezoek aan Circe op het gelijknamige voorgebergte (nu S. Felice Circeo)
in Latium, het passeren van de Sirenen die door Orpheus' lierspel werden
betoverd, een verblijf bij de Phaeaken op Sicilië en een schipbreuk in de
Syrten voor de kust van Lybië. Zo is het verhaal van Jason, die met een
toverschip naar het oosten voer om zich een bruid (Medea) en rijkdom te
verwerven, in de loop der tijden uitgegroeid tot de complexe sagencyclus
der Argonauten. Vooral de Griekse kolonisatoren in Oost en West hebben
door hun verhalen van verre, gevaarlijke tochten stof geleverd voor de
Argonautensage en naarmate het bekende wereldbeeld groter werd, zijn
nieuwe streken en landen opgenomen in de reisroute van de Argo.
Teruggekeerd
in zijn geboortestad Iolcos (1288 v. Chr.) kon |
| Medeia droeg Jason en de
Argonauten op de Argo te offeren aan Poseidon, de god van de zee.
Onderwijl haalde Medeia de dochters van Pelias over hun vader te koken
voor een drankje dat hen eeuwig jong zou maken. Die was uit de weggeruimd,
maar helaas, Jason en Medeia vestigden zich in Corinthe,
waar
ze als de nieuwe koning
en koningin werden ingehaald. Zij leefden daar nog vele gelukkige jaren.
Medeia schonk haar man twee kinderen.
Desondanks was Jason niet tevreden. Zijn
liefde voor Medeia werd steeds minder, vooral omdat de mensen haar als
vreemdeling beschouwden. Hij verliet haar zelfs voor een andere vrouw: rechts: Jason, Medeia en hun twee kinderen |
![]() |
|
Onder de
afbeeldingen van de Argonauten op Griekse vazen is het bekendst die op de
zogenaamde Argonautenkrater uit Orvieto. Men ziet hierop de helden
wachtend op het vertrek. Waarschijnlijk gaat de afbeelding terug op een
schilderij van Polygnotus. |
Daar
Homerus de oudst bekende bron over de Griekse mythologie is, betekent dit
dat de legende over de Argonauten ouder is dan de geschreven bron. Hoe
oud, valt niet meer na te gaan, maar uit de gedichten van Homerus blijkt
duidelijk dat hij ervan uitging dat zijn lezers grondig bekend waren met
tenminste het verhaal van de Lemnische vrouwen, het bezoek aan het land
van koning Aietes, en natuurlijk het bestaan van de Argo.Ook de Boeotische dichter Hesiodus, die vrijwel tegelijkertijd met Homerus leefde, aan het eind van de achtste eeuw voor Christus, moet het verhaal van de Argonauten gekend hebben, want in zijn geschriften spreekt hij over het bezoek van Jason aan koning Aëtes, zijn ontmoeting met prinses Medea, en zijn terugkeer naar Iolcos met het meisje met de heldere ogen dat hij koos tot zijn liefhebbende vrouw. In een aantal teksten die als Hesiodisch bekend staan omdat ze eens aan Hesidiodus toegeschreven werden maar waarvan men nu vermoedt dat ze door anderen geschreven zijn, wordt ook verwezen naar Phrixus, naar de jeugd van Jason en naar het avontuur met Phineas en de Harpijen. Gemaakt: 28-02-03; laatst bijgewerkt: 27-02-07 |