|
2122 |
Koning Minos |
| Niemand weet of koning Minos van Kreta echt bestaan heeft. De meeste deskundigen zijn van mening dat het woord Minos naar een titel verwijst - zoals Farao - en niet naar een individuele koning, die eens over Kreta zou hebben geregeerd. We weten namelijk niet of Kreta bestuurd werd door een koning, koningin, hogepriester(s) of hogepriesteres(sen). Mogelijk werd de "koning" als een soort godheid beschouwd als heerser over hemel, aarde en dodenrijk. Dit zou verklaren waarom er zoveel zorg werd besteed aan de uiterlijke verfraaiing van het paleis van Knossos. | ![]() |
![]() |
Volgens de legende was Minos de zoon Zeus, die (mogelijk omstreeks 1450 v.
Chr.) en Europa. In de gedaante van een dappere stier, waarin, als symbool van
kracht, de oude Grieken graag de godheid hulden, ontvoerde Zeus Europa, de
dochter van Agenor, naar Kreta. Na deze ontvoering ( Europa, gezeten bovenop de Stier (wandfresco uit Pompeii) |
|
Dankzij zijn verstandige wetgeving slaagde hij erin de Kretenzers te verenigen in één staat. De mythe laat Minos van tijd tot tijd in een grot op de Ida geheime besprekingen met Zeus voeren, waarvan hij de inhoud als grondslag van zijn wetgeving aan het aandachtig luisterende volk bekend maakt. Vanwege zijn wijze regering dichtte de mythe aan Minos, naast zijn broer en raadgever Rhadamanthys als de rechtvaardigste van alle mensen, het rechtersambt over de doden toe; aan deze twee voegde zij nog Aiakos, de vader van Peleus, en volgens een andere overlevering, ook Triptolemos, een weldoener van de mensen, toe. Minos was een dappere en krijgshaftige vorst, die de Middellandse Zee bevrijdde van zeerovers en de vaart hierop weer veilig maakte. Maar tegenslagen troffen hem, waardoor zijn glorierijkste zege vergald en zijn leven verbitterd werd. Minos huwde met Pasiphaë, een dochter van de zon en de zuster van Aiëtes. Aphrodite haatte dit geslacht van oudsher, omdat Helios, de zon, ooit haar liefdesaffaire met Ares ontdekt en verraden had. Ze boezemde Pasiphaë een schandelijke liefde in voor een stier, die Poseidon uit zee liet komen. Tijdens de afwezigheid van Minos beging Pasiphaë de tegennatuurlijke zonde en baarde een monster, half mens, half stier, dat onder de naam Minotauros meer dan eens in mythen voorkomt. Daidalos, de kunstzinnigste beeldhouwer en bouwmeester die toen leefde, was wegens een vergrijp uit Athene naar Kreta gevlucht, en Minos gaf hem, om de schande van zijn huis aan het gezicht van de mensen en aan het daglicht te onttrekken, de opdracht een onderaardse doolhof met talloze gangen voor hem te bouwen. Rechts: Daedalos en Parsiphaë |
![]() |
|
Dit was het beroemde labyrint. In het midden hiervan werd de Minotauros opgesloten. Hij werd alleen maar door hen aanschouwd, die hem voor straf als offer toebedeeld werden en het labyrint betraden om er te sterven. Androgeos, een zoon van Minos, was intussen naar Athene gereisd om daar, met vele andere vreemdelingen, aan de Atheense Spelen deel te nemen, waar hij bij alle wedstrijden, zegevierde. Door de toejuichingen die hij van heel het vol kreeg, wekte hij de afgunst en argwaan van de kinderloze koning Aegeus, die toen over Athene heerste en die de veelbelovende zoon van Minos op slinks wijze uit de weg liet ruimen.
|
![]() |
|
Zodra Minos over dit nieuwe ongeluk over zij familie had vernomen, kwam hij
met zijn hele legermacht om de wrede en schandelijke moord te wreken. Eerst
belegerde hij Nisa, waar Nisos, een broer van Aegeus, heerste. Nisos werd door
zij eigen dochter Skylla verraden, doordat zij een blonde haarlok, waardoor
hij onoverwinnelijk was, van zijn hoofd sneed en naar Minos bracht voor wie
zij, door liefde ontbrand, haar plicht en de liefde voor haar vader vergat.
Zij kreeg haar verdiende loon, doordat Minos weliswaar gebruik van haar
geschenk maakte, maar de verraadster boos en vol minachting verstootte. Bron: De Minotaurus laatst bijgewerkt: 15-01-07 |