|
2263 |
Mitanni (Naharin) (ca. 1650 - ca. 1200 v. Chr.) |
| Mitanni of Mittani
(in Assyrische bronnen Hanilgalbat, Khanigalbat genoemd) was
een Hoerritisch
koninkrijk in noord Syrië
vanaf ca. 1500 v.Chr.
De Hoerrieten zijn al bekend sinds de Agade periode in Mesopotamië, wat afgeleid wordt uit Hoerritische namen die noch Akkadisch noch Soemerisch zijn. Tegelijk met de opkomst van de Amorieten oefenden zij een grote invloed uit op het noorden van Mesopotamië. De naam Mitanni werd gebruikt als een geografische aanduiding voor het gebied tussen de Khabur en Eufraat rivier in neo-Assyrische tijden. Hittitische kronieken zinspelen op meerdere Hoerritische landen dan enkel Mitanni en op verdragen met hen. |
![]() |
In Noord-Mesopotamië ontstond omstreeks
1650 de Hoerritische staat: Mitanni,
dat zich uitstrekte van Kirkuk (het antieke Arrapkha) en het
Zagrosgebergte in oosten, over Assyrië tot aan de Middellandse Zee in het
westen. Het centrum lag in het gebied langs de Khabur-rivier, waar
waarschijnlijk ook de hoofdstad Wassukkani heeft gelegen. De Egyptenaren
noemde deze staat Naharin.
|
| Tot op heden zijn er geen
oorspronkelijke bronnen voor de geschiedenis van de Mitanni gevonden. Wat
we weten komt van Assyrische,
Hittitische
of Egyptische
bronnen, als ook inscripties van plaatsen in de buurt in Syrië. Vaak is
het nog niet eens mogelijk om synchroniciteit tussen de heersers van
verschillende landen en steden vast te stellen, laat staan om onbetwiste,
absolute data te geven. De geschiedschrijving van de Mitanni wordt verder
bemoeilijkt door het gebrek aan differentiatie tussen de linguïstieke,
etnische en politieke groeperingen.
Vroeger nam men aan dat er een grote 'Indo-Iraanse' invloed was op de Mitanni. Deze theorie is thans niet meer gangbaar. De Russische taalkundige Diakonoff toonde aan dat deze theorie gebaseerd is op slechts vijf Indo-Iraanse telwoorden, twee of drie termen die betrekking hebben op paarden-training, vier Indo-Iraanse godennamen en een paar persoonsnamen waarvan de oorsprong niet bekend is, en dit terwijl Hoerriaanse teksten in de tienduizenden woorden belopen. Het woord 'maryannu' waarvan werd aangenomen dat het Indo-Iraans was, is zeer waarschijnlijk een Hoerritisch woord wat 'wagenmenner' betekent en geen enkele band heeft met een aristocratie. Aangenomen wordt dat de oorlogvoerende Hoerritische
stammen en stadstaten verenigd werden onder één dynastie na de ineenstorting
van Babylon (1595 v. Chr.) ten gevolge van de nederlaag
tegen de Hittitische De vernietiging van het Babylonische
koninkrijk en dat van Yamhad droeg bij aan de opkomst van een andere Hoerritische
dynastie. De stichting van hun koninkrijk had plaats nabij Harran. De
eerste heerser was een legendarische koning, genaamd De lichte strijdwagens, die na 1800 v.Chr. algemeen werden, konden deze Hoerrieten goed besturen, en ze gebruikten een composiet boog (uit hoorn gecombineerd met hout in meerdere lagen) waartegen het invoeren van bronzen beschermplaten voor man en paard nodig werd. De Hoerrieten die tot dan in Syrië bekend waren doken nu ook op in Palestina, wat herkenbaar is aan sporen van hun typische taal met Kaukasische affiniteiten, zoals blijkt uit een Egyptisch archief en uit Palestijnse kleitabletten. Mitanni groeide geleidelijk vanuit het dal van de Khabur
en werd tussen ca. 1450
en 1350 v.Chr. het machtigste koninkrijk van het Nabije Oosten. Koning Na een paar schermutselingen met de Farao's
over de heerschappij over Syrië, zocht Mitanni vrede met Egypte en een
alliantie werd gevormd. Gedurende de 18e
Dynastie van Egypte (van 1530-1300 v.Chr.) werden Hoerritische (en Hittitische) prinsessen als bijvrouwen voor de
farao
naar Egypte gestuurd. Tijdens het bewind van Het belangrijkste festival in Mitanni was de viering van de zonnewende (vishuva), wat gebruikelijk was in veel culturen uit de oudheid. De machtigste mannen van de Mitanni waren de maryannu, machtige strijders die met hun strijdwagens tegen de vijand ten strijde trokken. Zij hielden zich voornamelijk bezig met het fokken van paarden op hun uitgestrekte landgoederen, die zij van de koning in leen hadden gekregen. Behalve paarden fokten zij ook schapen voor de wol die werd gebruikt voor het maken van stoffen om daarmee handel te drijven. Het woord maryannu lijkt op een term uit het Sanskriet, maar is meer waarschijnlijk Hoerritisch. Het woord is verwant met een woord uit Urartu. Van de Mitanni zijn verschillende resten van nederzettingen gevonden in Noord-Mesopotamië. In districtshoofdsteden zijn grote paleiscomplexen blootgelegd met frescoschilderingen en ook werden er kleine tempels gevonden. De doden werden werden buiten de steden begraven. De kleine gebruiksvoorwerpen en zegels tonen Babylonische en Assyrische invloeden, met name in de naturalistische weergaven van de figuren. Het aardewerk werd voorzien van witte decoraties op een donkere ondergrond. Over dit rijk heersten vanaf omstreeks 1500 de koningen:
|
|
Onder Tijdens het bewind van
De
dochters van Na de dood van Uiteindelijk besteeg |
|
![]() |
![]() |
|
Het Hittieten infanterie leger onder Supiluliuma keert terug naar Hattusas na de verovering van Mitanni. Twee gebonden Mitanni gevangenen lopen achter de Hittitische heerser.
Nadat in
ca. 1344 v. Chr. de Hittietenkoning
Zijn opvolger Mitanni was nu een vazalstaat van de Hittieten onder de naam Hanigalbat. Kort daarna werd
dit rijk veroverd door de Assyrische koningen Na de slag bij Kadesh (1274 v. Chr.) en de terugval van het Hittitische rijk nam Assyrië de macht over in Mitanni, waarna het gebied binnen een paar eeuwen volledig Aramees werd, en de Hoerritische taal en cultuur verdrongen werd door de Assyrische. Het is heel goed
mogelijk dat veel Mittaniërs tijdens de Hittitische en Assyrische
overheersing hun toevlucht hebben gezocht in het Oost-Anatolische
berggebied en daar opdoken als de Uruartri
of Nairi. De oudste vermelding
van dit volk dateert uit ca. 1260 voor C. door de Assyriërs
(ten tijde van Laatst bijgewerkt: 13-05-06 |