|
1029 |
Elam (ca. 4500 - 700 v. Chr.) |
|
Elam (aka
Haltamtu (Elamitisch), Huwaja (Perzisch), Elymais (Grieks), Elam
(Hebreeuws) was een staat uit de Oudheid
ten noorden van de Perzische Golf en ten oosten van de Tigris in het
huidige West-Iran. Het kwam grotendeels overeen met de huidige provincie
Khuzestan in hedendaags Iran. Susa, het huidige Sush, was de
hoofdstad van Elam. Andere belangrijke steden van toen waren Awan,
Anshan, Simash, Madaktu en Dur-Untash,
het huidige Iranese Tchoga-Zembil. Onder de Karkey rivier in het Zagrosgebergte. In dit gebied valt voldoende regen om rivieren te doen ontstaan, maar onvoldoende voor een rijke begroeiing. Het resultaat is dat de rivieren diepe kloven vormen in het dorre landschap, gevuld met modder die door de rivieren worden getransporteerd naar de vlakte van Khuzestan. |
|
|
|
De stad Susa en het rijk zelf werd soms ook Susiana genoemd. Het land bestond uit een hete hoogvlakte, in het oosten begrensd door heuvelachtig gebied. In de Oudheid stonden de Elamieten bekend als een oorlogszuchtig volk. Hun grootste rivaal en bedreiging was Babylonië. De Elamieten waren noch van Soemerische, noch van Semitische afkomst. Hun taal is bewaard gebleven dankzij een grote hoeveelheid kleitabletten, beschreven met teksten in spijkerschrift. De Elamieten wisten hun zelfstandigheid te baren, ondanks vreemde invasies. Het rijk ontstond ca. 4500 v. Chr. en behoort dus tot de oudste beschaving in het Midden-Oosten. De Elamieten waren noch van Soemerische, noch Semitische afkomst. De taal die de Elamieten spraken, behoort tot de Dravidische talen, die nog steeds door sommige bevolkingsgroepen (o.a. Tamil) in India worden gesproken. Mogelijk stamden de Elamieten, net als de Dravidiërs in India, af van Oeral-Altaïsche volkeren. De Elamieten kenden matrilineair systeem van opvolging. Een nieuwe heerser werd altijd aangeduid als de zoon van een zuster. Zij hielden van oorlogvoeren en waren de grootste rivalen en bedreigers van Babylonië. |
|
![]() |
Elamitische koningen: |
|
Ten tijde van de derde
dynastie van Ur (ca. 2130 - 2006) werd Elam overheerst door de Soemeriërs.Terwijl de Ammorieten tijdens de regering
van |
![]() |
Na hun invasie in Babylonië vestigden
de Elamieten in Ur een
garnizoen, maar werden na enige jaren daaruit verdreven door links: Elam, ca. 2000 v. Chr. |
|
Onder de Eparti-dynastie (ca. 1970 - ca. 1500 v. Chr.) werd Elam een belangrijk macht in het Midden-Oosten. Over Elam regeerden
In 1836 v. Chr. veroverden de Elamieten de stad Larsa en vestigden daar een eigen dynastie. Kort daarna moesten de Amorieten aan hen verschillende gebieden afstaan, waaronder Uruk, Babylon en Isin.
In 1785 v. Chr. echter heroverden de Ammorieten o.l.v.
In 1732 verloor Elam de controle over
het gebied Kish Hierna kwam een nieuwe
dynastie aan de macht (Kidinuïden) Igehalkiden-dynastie ca.
1320 werd Elam tijdelijk veroverd door de Kassieten Een eeuw later brak voor het
Elamitische rijk opnieuw een bloeitijd
aan, die zich uitte in literatuur, bouw- en beeldhouwkunst. De grootste
bloeitijd kende het rijk enkele eeuwen later, in de 13e en 12e eeuw voor Chr. De Elamitsiche
kunst was vooral geïnspireerd door die van Mesopotamië. Tchoga-Zanbil,
opgegraven in 1952 was het religieuze centrum van het rijk met haar grote
zigurrat, die omstreeks 1250 v. Chr. werd gebouwd.
In 1169 maakten de Elamieten een eind aan de
heerschappij van de Kassitische heersers in
Babylonië. Babylon
werd verwoest. Vanaf die tijd zouden de Elamitische heersers
als koningen regeren over Babylonië (Elamitische
dynastie).
Shutrukiden-dynastie
Hij
huwde met de oudste dochter van de Babylonische koning Melishipak en
maakte aanspraak op de stad Babylon. Hij verdreef de Kassieten en plaatste
zijn zoon op de troon van Babylonië. |
|
|
|
In de 8e eeuw stond de hoofdstad van het oude Elam
aan de rand van de ondergang. In de 7e eeuw v. Chr. werd de Elamitische beschaving
bedreigd door de opkomende macht van Assyrië.
Assurbanipal pochte dat hij het land "in een wildernis" had veranderd en sleepte behalve de gevangen bevolking en het vee ook het gebeente van de dode koning van Elam mee terug naar Assyrië. Het schijnt dat zijn aanspraken op mensenslachtingen, die vaak uitliepen op volkerenmoord in het geheel niet overdreven zijn geweest. Een kleitablet gevonden in 1854 door Henry Austin Layard in Nineveh toont Assurbanipal als een "wreker", op zoek naar genoegdoening voor de vernederingen waarmee de Elamieten de Mesopotamiërs al eeuwen hadden geteisterd. Susa, die grote heilige stad, woonplaats van hun Goden, zetel van hun mysteriën, veroverde ik. Ik betrad haar paleizen, ik opende hun schatkisten waar zilver en goud, goederen en weelde waren vergaard...Ik vernielde de ziggurat van Susa. Ik vernietigde de glanzende koperen horens. Ik brak de tempels van Elam af tot de grond; hun goden en godinnen verstrooide ik naar alle winden. De graftombes van hun oude en recente koningen verwoestte ik, blootgesteld aan het zonlicht droeg ik hun beenderen naar het land van Ashur. Ik verwoestte de provincies van Elam en op hun land strooide ik zout." laatst gewijzigd: 06-08-08 |