|
532 |
Entelodonten (Entelodontidae) |
![]() |
De Entelodonten (familie Entolodontidae) behoren tot de Evenhoevigen. Zij ontstonden in het Eoceen (57 - 34 miljoen jaar geleden) van Azië en zijn vooral bekend vanuit het Oligoceen (34 - 23 miljoen jaar geleden) van Europa en Azië en verspreidde zich ook naar Noord-Amerika. Deze reusachtige varkensachtige dieren stierven uit tijdens het Midden-Mioceen. |
| Tandafdrukken op de
schedels van entelodonten wijzen er op dat soortgenoten elkaar ernstige
verwondingen toebrachten. Tandafdrukken zijn gevonden in de snuit, op het
hoofd en zelfs in het gehemelte. Ook verbrijzelde jukbeenderen en
oogkassen geven aan dat entelodonten een gewelddadig bestaan leidden.
Waarschijnlijk vochten de mannelijke dieren met elkaar om paarrechten of
territorium.
De entelodonten waren succesvolle dieren en dat hadden ze onder meer te danken aan het feit dat ze alleseters waren. Entelodonten konden feitelijk eten wat ze maar wilden en ze waren zelfs groot genoeg om grotere roofdieren zoals nimraviden of hyaenodonten van hun prooi te verjagen. Het enige dier waar ze ontzag voor hadden, was een andere entelodont. Nadat in eerste instantie werd aangenomen dat entelodonten zich vooral voedden met planten en aas, zijn recentelijk ook aanwijzingen gevonden voor het feit dat entelodonten ook actieve jagers waren. In de White River Formation in de Verenigde Staten zijn tandafdrukken van een Archaeotherium gevonden op een prehistorische kameel van het geslacht Poebrotherium. De wijze waarop de tandafdrukken in de beenderen van deze kameel staan, doet vermoeden dat Archaeotherium niet alleen van het karkas had gegeten, maar ook Poebrotherium eigenhandig had gedood. De Entelodonten waren een vroege aftakking van de varkensfamilie. De eerste Pekari's ontwikkelden zich halverwege het Eoceen (ca. 45 miljoen jaar geleden) in de bossen van Noord-Amerika en leefden min of meer op dezelfde wijze als hun hedendaagse afstammelingen in Zuid-Amerika. Kort daarna ontstonden de eerste entelodonten in Azië, vanwaar ze zich in rap tempo verspreidden naar Noord-Amerika. Toen de bossen overgingen in open, droge vlaktes groeiden de entelodonten uit tot ware reuzen en werden ze uiterst succesvol. Het feit dat ze alleseters waren en in het bezit van machtige kaken droeg hier ongetwijfeld aan bij! Toen het Mioceen zich aandiende, liepen ze echter in aantal terug, hoewel een aantal van de grootste soorten rond deze tijd van Azië naar Noord-Amerika trokken. Uiteindelijk stierven ze uit in het vroege Mioceen. |
| Rechts: Daeodon shoshonensis leefde in het Onder_Mioceen van westelijk Noord-Amerika, ca. 18 miljoen jaar geleden. Het beest had de grootte van een bizon. Entelodonten waren een lopende nachtmerrie; asociaal, agressief en oersterk. | ![]() |
| De Entelodontidae waren een familie van enorme varkensachtige hoefdieren. Dit grote zoogdier was woester, bloeddorstiger, en meer angstaanjagend dan welke dinosaurus ook. Gebouwd als een levende tank, Entelodonten waren enorme aaseters met oersterke kaken om botten te kraken. Hun zwaar geglazuurde tanden vertonen veel slijtage van het kauwen op alles wat ze tegenkwamen, voornamelijk karkassen en plantenwortels. De grootste soort was zo groot als een neushoorn, maar zijn hersens hadden de grootte van een sinaasappel, heel anders dan de varkens van tegenwoordig, die op de derde plaats staan in ranglijst van intelligentste dieren. |
| De schedels van
Entelodonten vertonen sporen van gruwelijk geweld, tandafdrukken worden
gevonden in de snuit, op het hoofd en zelfs in het gehemelte. En ook
verbrijzelde jukbeenderen en oogkassen geven aan dat Entelodonten een gewelddadig
bestaan leidden. De tandafdrukken geven aan dat de verwondingen werden
aangebracht door andere Entelodonten. Waarschijnlijk vochten de mannetjes
met elkaar, (Om paarrechten? Of om territorium?) en brachten elkaar
daarbij vreselijke verwondingen toe. Geen wonder dat ze in Walking with
Beasts werden getypeerd als: "the hogs of hell", oftewel
"de helse zwijnen". Entelodonten waren succesvolle dieren, dat hadden ze ondermeer te danken aan het feit dat ze alleseters waren. Ze konden feitelijk eten wat ze maar wilden. Planten gingen er prima in, en Entelodonten waren groot genoeg om rovers, zelfs de enorme Hyaenodon, bij hun prooi te verjagen. Het enige waar ze ontzag voor hadden was een andere Entelodont. |
![]() |
Dinohyus leefde in Noord-Amerika en had met een schouderhoogte van 1.80 - 2 meter en een gewicht van een ton het formaat van een hedendaagse neushoorn of bizon, maar zijn hersens hadden slechts de grootte van een sinaasappel. Dinohyus was in het bezit van een robuust lichaam, een grote kop (circa 1 meter) en krachtige kaken met grote slagtanden. De lange slanke poten met aan het uiteinde twee hoeven stonden schril contrast met de rest van het lichaam. Dinohyus was een alleseter en planten en aas vormden waarschijnlijk het belangrijkste deel van het voedsel. Tandafdrukken op beenderen van de onevenhoevige Moropus op bepaalde fossiellocaties bevestigen het feit dat vlees een belangrijk onderdeel vormde van het voedselpatroon. Of Dinohyus ook een actieve jager was, is niet bekend. |
| Archaeotherium behoorde eveneens tot de Entelodonten. Dit hoefdier leefde tijdens het Oligoceen en leek uiterlijk op een groot wild zwijn. Het dier had een schouderhoogte van ongeveer 150 cm. Archaeotherium was waarschijnlijk een aaseter en wellicht zelfs een actieve jager. Bewijs hiervoor is gevonden in de White River Formation in de Verenigde Staten. Hier werden tandafdrukken van een Archaeotherium gevonden op de beenderen van een prehistorische kameel van het geslacht Poebrotherium. De wijze waarop de tandafdrukken in de beenderen van deze kameel staan, doet vermoeden dat de Archaeotherium niet alleen van het karkas had gegeten, maar de Poebrotherium ook eigenhandig had gedood. |
![]() |
|
De Entelodontidae
bestonden uit verschillende genera waarbij de Dinohyus (z. afb.
rechts) met een
schouderhoogte van twee meter de grootste was. Een andere veel gevonden
soort is Archaeotherium, die was 0,80 meter hoog. Van veel succesvolle prehistorische dieren is het altijd maar de vraag hoe het kwam dat ze zijn uitgestorven, maar voor de Entelodonten is dat helemaal vreemd. Men denkt dat als er tegenwoordig ergens Entelodonten werden losgelaten ze het best goed zouden doen. Het waren alleseters, en meestal zijn dat de soort van dieren die zich het best aan veranderingen weten aan te passen. (Zoals wij mensen bijvoorbeeld ook.) |
![]() |
| Veel van hun schedels vertonen
zeer ernstige verwondingen en sommige hebben inkepingen tot 2 cm diep in
het bot tussen de ogen, hetgeen alleen kan zijn gebeurd tijdens ruzies met
andere entelodonten. Het lijkt zelfs vrij gebruikelijk te zijn geweest om
de kop van een soortgenoot volledig in de bek te nemen! De benige bulten
over hun hele kop, te vergelijken met die van hedendaagse wrattenzwijnen,
waren perfect geplaatst. Dit lijkt goed te hebben gewerkt, aangezien zelfs
zeer gehavende entelodonten geen schade vertonen aan de beschermde ogen of
neus.
Hun enorme schedels waren bijzonder krachtig, met kaken die geschikt waren om botten stuk te bijten. Veel van tandafdrukken voorziene botten zijn te vinden in fossielbedden met entelodonten. Het waren duidelijk aaseters en aten waarschijnlijk alles wat op hun pad kwam. Er zijn veel van hun tanden gevonden waarvan een deel is afgebroken, ondanks de opmerkelijk dikke glazuurlaag. Aan hun gebitten is ook af te lezen dat ze in het droge seizoen plantenstengels en -wortels aten om water binnen te krijgen. |
![]() |
![]() |
laatst bijgewerkt: 28-11-03 |