481

Laurasiatheria

  Zoogdieren (Mammalia) Placentadieren (Eutheria)  Condylarthra Laurasiatheria  

Klik hier voor het frame van de pagina

De Superorde Laurasiatheria wordt beschouwd als zustergroep van de Superorden Euarchontoglires (Supraprimates) en de Afrotheria. De naam Laurasiatheria verwijst naar het supercontinent Laurasia waarop men denkt dat deze groep ontstaan is nadat dit werelddeel van Pangea was afgebroken aan het begin van het Jura, 200 - 180 miljoen jaar geleden. 

Aan de basis van de Laurasiatheria staan de Condylarthra die worden beschouwd als de voorouders van verschillende latere groepen hoefdieren. De Condylarthra leefden
aan het eind van het Krijt en tijdens het Palaeoceen en leken enigszins op de hedendaagse dwergherten. Onder hun poten zaten zoolkussentjes en bezaten meerdere tenen, elk voorzien van een hoefje. Welke familie zich precies ontwikkelde tot welke hoefdiergroep is nog niet geheel duidelijk, maar momenteel veronderstelt met dat de Arctocyonidae evolueerden tot de Mesonychiden en de Evenhoevigen, Phenacodontiden de voorouders zijn van de Onevenhoevigen en dat de Mioclaeniden zich ontwikkeld hebben tot de Zuid-Amerikaanse Litopternen.

De Laurasiatheria zijn waarschijnlijk de meest heterogene groep nog levende zoogdieren. Zij ontstonden op het noordelijke continent Laurasia, dat zich ca.200 - 180 miljoen jaar geleden aan het begin van het Jura had losgemaakt van het oercontinent Pangea. De Laurasiatheria stammen af van kleine insectenetende zoogdieren die in het Krijt op een van de continenten op het Noordelijke Halfrond leefde. 

Aan de basis van de Laurasiatheria stonden de Condylarthra de voorouders van verschillende moderne hoefdiergroepen en de
 Insecteneters, een groep zeer primitieve zoogdieren en ook aan de basis staan van de Eurarchontoglires
Een derde groep wordt gevormd door de Fenungulata, bestaande uit twee clades: Pegasoferae en
Walvisachtigen en Evenhoevigen (Cetartiodactyla)

Rechts: de Phascolotherium die behoorde tot de Triconodonta uit het Jura was mogelijk de voorouder van de Insecteneters.

Superorde Laurasiatheria

De naam Fenungulata is een combinatie van het vliegende paard Pegasus uit de Griekse mythologie, dat de vleermuizen en de onevenhoevigen symboliseert, en van de subgroep Ferae. 
Binnen de Fenungulata worden twee (drie) groepen onderscheiden: de Pegasoferae en de
Walvisachtigen en Evenhoevigen (Cetartiodactyla). Zowel de Onevenhoevigen als de Walvissen en Evenhoevigen hebben zich uit de Condylarthra ontwikkeld 

De Onderorde Pantodonta binnen de Ferae was volgens sommigen een onderorde van de Cimolesta. Deze dieren leefden van het Paleoceen tot Eoceen. Het waren primitieve planteneters en verschilden in grootte van het formaat van een schaap tot dat van een neushoorn. Pantodonten leefden vooral in Azië en Noord-Amerika. In de loop van het Eoceen namen de beter ontwikkelde hoefdieren zoals paarden, neushoorns en varkens de de plaats van de Pantodonten als belangrijkste planteneters in. Aan het eind van het Eoceen waren de Pantodonta geheel uitgestorven. 
Bestand:Pantolambda.jpg De bekendste en ook één van de grootste pantodonten was Coryphodon.  

Lange tijd werd gedacht dat de Hoefdieren een natuurlijke groep (clade) vormden. Ze zouden afstammen van de Mesozoïsche Zhelestidae en daarmee de groep Ungulatomorpha vormen, één van de hoofdgroepen van de placentadieren. Genetische gegevens hebben de bodem onder de monofyletische Ungulata weggeslagen. De groep van slurfdieren, zeekoeien en klipdassen (Paenungulata) behoort tot de Afrotheria, net als de Buistandigen. Hoewel de taxonomische basis van de term "hoefdieren" tegenwoordig niet meer geaccepteerd wordt, is de term nog wel in gebruik als handige verzamelnaam voor de verschillende ordes.

De Walvissen en Evenhoevigen (Cetartiodactyla) en de Onevenhoevige hoefdieren zijn niet elkaars nauwste verwanten: de Onevenhoevigen zijn verwant aan de Ferae binnen de clade Zooamata; de Evenhoevigen en walvissen vormen een aparte groep binnen de Ferungulata. 

De Condylarthra, die  leefden aan het eind van het Krijt (85 - 64 mjg). zijn de voorouders geweest van verschillende moderne hoefdiergroepen. 

De walvissen en evenhoevigen (Cetartiodactyla, een samenvoeging van de vroegere ordes Cetacea (walvissen en verwanten) en Artiodactyla (evenhoevigen, waaronder zwijnen, nijlpaarden, eeltpotigen, giraffes, hertachtigen en holhoornigen) zijn een nog niet algemeen geaccepteerde orde van de zoogdieren. Het is een vrij recente samenvoeging van de walvissen en de evenhoevigen. Uit DNA-onderzoek komt regelmatig naar voren dat de walvissen de naaste verwanten van de nijlpaarden zouden zijn. Dit kwam als een grote verrassing omdat op basis van de morfologie en fossiele soorten werd aangenomen dat de walvissen, als afstammelingen van de Mesonychia, de zustergroep van de evenhoevigen zijn en dat beide groepen dus monofyletisch zouden zijn. Bepaalde morfologische kenmerken van uitgestorven, primitieve walvissen, met name van de enkelbeenderen, lijken echter eveneens de plaats van de walvissen binnen de evenhoevigen te ondersteunen, net als modern morfologisch onderzoek van levende soorten. De geldigheid van deze nieuwe indeling is echter nog steeds controversieel.

De Schubdierachtigen leken op anatomische gronden verwant aan de Tandarme Zoogdieren (Edentata), maar blijken genetisch verwant te zijn met  de Katachtigen en Zeehonden en worden dus bij de Laurasiatheria ingedeeld. Sommige geleerden delen de Schubdieren in bij de Orde Cimolesta. De verwantschap tussen roofdieren en schubdieren is door genetische studies bevestigd. 

De Cimolesta waren nauw verwant was aan de Insectivoren en leefden in het Paleoceen (ca. 65 -57 miljoen jaar geleden) wordt gezien als de voorouder van alle Roofdieren.

Links: Cimolestes

Dit diertje dat ca. 65 -58 miljoen jaar geleden leefde in het Paleoceen wordt gezien als de voorouder van alle Roofdieren (Carnivora)

Op het land leefden de hoefdieren op de vlaktes, achterna gezeten door de "echte carnivoren" als honden en katten. Hoewel de Laurasiatheria nog steeds domineerden in Noord-Amerika, deelden zij inmiddels ook het Afrikaanse continent met de Afrotheria, hun tegenhangers op het Zuidelijke halfrond. In Zuid-Amerika hadden zij de resterende Xenartra, de ooit zo indrukkende groep placentale zoogdieren op dit continent inmiddels overvleugeld.

Laatst bijgewerkt: 21-11-09

colofon