|
De
familie der Olifantspitsmuizen of Springspitsmuizen
(Macroscelididae)
werden tot voor kort nog gerekend tot de Insecteneters, maar op genetische
gronden zijn zij ingedeeld bij de Afrotheria.Zij zijn aanzienlijk groter
dan echte spitsmuizen en kunnen een lengte bereiken van 30 cm. exclusief
de lange geschubde staart. De naam olifantspitsmuizen is gegeven
vanwege de lange snuit met de neusgaten aan het eind, zoals het geval is
bij de slurf van een olifant.
De uiterst beweeglijke snuit van de
Olifantspitsmuis wordt gebruikt bij het snuffelen in de bladerafval
naar sprinkhanen, mieren en termieten. De ogen en oren zijn eveneens veel groter
dan dan die van de insectivoren. Een ander typisch kenmerk zijn de
lange achterpoten, waarom de familie ook wel Springspitsmuizen wordt
genoemd. De Olifantspringmuizen springen niet, zoals de kangoeroes, met
alleen de achterpoten, maar met alle vier de poten, zoals sommige muizen
doen als ze worden achtervolgd, met hun staart omhoog gehouden. Er zijn
ongeveer 18 soorten Olifantspitsmuizen, die zijn verspreid over geheel
Afrika van Algerije tot Zuid-Afrika. Ze verschillen van elkaar in
afmetingen, kleur en snuitlengte.
|
 |