2848

Nero (54 - 68 n. Chr.)

Claudius (41 - 54 n. Chr.)

Nero werd als Lucius Domitius Ahenobarbus op 15 december 37 n.Chr. geboren te Antium (Anzio in Latium) als zoon van Gnaeus Domitius Ahenobarbus en Julia Agrippina, de oudste dochter van Germanicus en een zuster van ex-keizer Caligula

.In 39 n.Chr. werden Nero en zijn moeder door Caligula verbannen, maar na diens dood in 41 n.Chr. teruggeroepen door zijn opvolger Claudius, die hem in 50 n.Chr. adopteerde. Vanaf dat moment heette hij Nero Claudius Caesar Drusus Germanicus. De bloedmooie Julia Agrippina was een ambitieus meisje. Te harer ere werd in 50 haar geboorteplaats Oppidum Ubiorum herdoopt in Colonia Claudia Ara Agrippinensium (het huidige Keulen). Haar broer was keizer en haar zoontje moest dat ook worden, vond ze. Stap voor stap realiseerde ze dat plan. Stap één: keizer Claudius verleiden en ermee trouwen. Vervolgens: Claudius zover krijgen dat hij Nero adopteerde als zijn zoon. Dat lukte ook. Nero moest ook een goede opvoeding krijgen om hem voor te bereiden op het keizerschap. Niemand minder dan de beroemde wijsgeer en schrijver Seneca werd zijn leermeester. Stap drie: de zittende keizer Claudius weg krijgen. Agrippa vergiftigde haar man met paddenstoelen. 

Nu was er nog één probleem: Claudius had zelf een zoon, Britannicus. De senaat had hem met die naam vereerd wegens de succesvolle invasie van zijn vader in Brittannië in 43. Oorspronkelijk was zijn naam Tiberius Claudius Germanicus of Tiberius Claudius Caesar. Zijn moeder Messalina was door zijn vader geëxecuteerd toen hij 7 jaar oud was. Het was vast Julia Agrippina die het bij haar man voor elkaar kreeg Nero aan te wijzen als zijn toekomstige opvolger en niet zijn zoon Brittannicus.Toen Claudius op 13 oktober 54 n.C. overleed werd Nero door de Pretoriaanse Garde tot keizer uitgeroepen. Hij was dan nog net geen 17 jaar oud. Tijdens de eerste jaren van zijn regering werd Nero bijgestaan door zijn opvoeders Lucius Annaeus Seneca en Sextus Afranius Burrus

De eerste vijf jaren van zijn regering waren een een schoolvoorbeeld van goed landsbestuur. Hij beëindigde de slechte toestanden die ontstaan waren door corrupte ambtenaren in de provincies (deze waren het ergst in Egypte). Hij liet feesten en gevechten in de arena's organiseren en sprak met de burgers op straat over het bestuur. Hij deelde bonnen uit voor gratis koren, meubels en dergelijke en zei (en bewijst dat ook) dat hij wilde regeren naar het voorbeeld van zijn voorganger keizer Augustus. Mogelijk had Claudius op het laatste moment zijn laatste wil nog herzien ten gunste van zijn zoon Britannicus. Julia zou die dan hebben weten te verduisteren. 

In de eerste jaren van zijn regering domineerde Agrippina haar zoon volkomen en bemoeide zich met alles. Nero moest dulden dat zij een steeds belangrijkere rol voor zich opeiste. Volgens Tacitus was Agrippina's relatie met haar zoon enige jaren incestueus geladen (Ann., XIII, 13), mogelijk als list om haar invloed te verstevigen. Haar tomeloze heerszucht verwekte toenemende weerstand. De eerste botsing tussen moeder en zoon vond plaats toen Nero in 55 n Chr., ondanks zijn huwelijk met Claudia Octavia, een relatie kreeg (of nog steeds had) met de vrijgelatene Acte. Agrippina was het hier volstrekt niet mee eens. 

Voor haar was het ondenkbaar dat een keizer trouwde met een gewezen slavin. Nero verzette zich tegen de bemoeizucht van zijn moeder en ontsloeg een van haar trouwste landgenoten, Pallas. Verontwaardigd over zijn ondankbaarheid keerde Agrippina zich af van haar zoon en dreigde het testament van Claudius alsnog bekend te maken. Nero zat klem en zag als enige oplossing zijn rivaal Brittanicus uit de weg te ruimen. Tijdens een banket kreeg Britannicus een beker met warme wijn aangereikt. Om zeker te zijn liet hij de wijn voorproeven. Met de voorproever gebeurde niets, dus werd de wijn veilig geacht. Hij vond hem echter veel te warm en besloot er wat koud water bij te doen. Het water was vergiftigd en Britannicus stortte even later dood neer. De voorproever werd door de paleiswachten gedwongen om ook van het water te drinken en stierf net als zijn meester.

Na deze actie besloot zijn moeder geld bijeen te brengen om Nero van de troon te stoten. Toen de samenzwering Nero ter ore kwam, besloot hij zijn moeder te doden. Slechts door de tussenkomst van Burrus kon Agrippina haar leven redden.De relatie met zijn moeder verslechterde nog verder toen Nero een verhouding kreeg met Sabina Poppae die in die tijd bekend stond als een van de grootste schoonheden van haar tijd maar Tacitus beschreef haar als een vrouw die alle menselijke eigenschappen bezat, behalve goedheid. Zij was een losbandige vrouw die het niet nauw nam met de huwelijksmoraal.

Julia Agrippina de Jongere, de moeder van Nero

Poppaea was getrouwd met Rufrius Crispinus, de prefect van de praetoriaanse garde onder Claudius. Ze werd de maitresse en later de vrouw van Otho (de latere keizer), waarmee Nero zeer bevriend was..

Opgestookt door Poppaea besloote Nero zich in 58 n. Chr. te ontdoen van zijn moeder. Dat was niet makkelijk. Agrippina had dat namelijk voelen aankomen: om zichzelf immuun te maken nam ze dagelijks minieme hoeveelheden gif in. Mama vergiftigen was dus geen optie. Naar verluidt had Nero in de verblijven van de keizerlijke moeder een vals plafond laten monteren dat met een hendel kon worden losgemaakt. Het plan was Agrippina eronder te verpletteren. Ze kwam erachter, dus dat lukte ook niet.

Een scheepsramp dan maar. Nero liet een schip prepareren zodat het op een willekeurig ogenblik tot zinken kon worden gebracht. Agrippina ging aan boord, maar weer mislukte het. Nero had er niet aan gedacht dat ook scheepslui niet graag verdrinken, de matrozen wisten het schip drijvende te houden. Een van Agrippina's bedienden riep uit: "ik ben Agrippina, ik ben Agrippina!" in de hoop een voorkeursbehandeling te krijgen. Ze werd doodgeknuppeld. Waarop de échte Agrippina een verstandige beslissing nam: ze sprong overboord ze zwom naar de kust (zij was een uitstekend zwemster door dagelijkse training tijdens haar vroegere ballingsschap), waarna een visser haar het leven redde. Uiteindelijk stuurde Nero gewoon soldaten naar haar villa in Baiae om haar in haar slaapkamer te vermoorden.. Toen ze hen zag naderen trok zij haar kleren uit en riep ze hen toe: "Doorboort mijn buik, die zo'n monsterlijke zoon heeft voortgebracht!"

Bang voor de reacties in Rome trok Nero zich terug in Napels en zond de senaat een brief waarin hij een verklaring gaf voor de dood van zijn moeder. Pas zes maanden later durfde hij naar Rome terug te keren waar hij triomfantelijk werd onthaald.

Nadat Nero Otho uit Rome had weggestuurd door hem tot gouverneur van Lusitania ( Portugal) te benoemen, en zijn echtgenote Claudia Octavia ter dood had laten brengen wegens overspel. kon de achtergebleven Poppaea zijn maitresse en in 62 zijn tweede vrouw worden. In 63 kreeg zij een dochter, Claudia Neronis, waar Nero zo verrukt van was dat hij de baby onmiddellijk verhief tot Augusta. De nieuwe keizerin stierf echter al na een paar maanden.

Vanaf dat moment ging het echter bergafwaarts met Nero's bewind. In Germania Inferior brak er een grote opstand uit onder de Bataven (59-71). 

Ook in Palestina brak er een grote opstand. uit. (66). In deze provincie was het al jarenlang onrustig. De Joden wilden niet worden geregeerd door een in hun ogen "heidens" volk. De haat tegen de Romeinen nam steeds grotere vormen aan en op een zeker moment kwamen de Joden in heel Israël in opstand. In 66 brak er een bijzonder bloedige strijd uit, waarbij de Joden alle Romeinse soldaten tot de laatste ombrachten. Als vergelding begonnen de Romeinen een vernietigingsoorlog tegen de Joden. Na de val van Jeruzalem zochten de Joodse nationalisten die de strijd tegen de Romeinen wilden voortzetten hun toevlucht op Masada

Nero verwaarloosde de staatszaken en organiseerde grootse feesten en braspartijen. Temidden van deze festiviteiten brak er in de nacht van 18 op 19 juli 64 n. Chr. een grote brand. Zes dagen achtereen raasde het vuur door de dichtbevolkte wijken en legde een derde deel van stad in de as. Vooral de woonkazernes in de arme wijken, die vaak slecht gebouwd waren, vielen ten prooi aan de vlammen. Tal van kunstschatten, die door de Romeinse veroveraars uit drie werelddelen bijeen waren gebracht, werden door het vuur vernietigd. Duizenden Romeinen kwamen om in de vlammen of stikten in de rook, anderen werden verpletterd onder instortende muren of vertrapt in het gedrang. 

Nero organiseerde de hulpverlening en stelde zijn tuinen open voor de slachtoffers. Maar al gauw ging het hardnekkige gerucht dat Nero zelf de brand had laten aansteken omdat hij zich zou hebben geërgerd aan de lelijke oude gebouwen in de stad. . Sommigen beweerden zelfs dat Nero op een hoge toren had staan te genieten van het imposante schouwspel en luidkeels een lied had staan zingen over de val van Troje. Ook zou hij op die manier hebben ruimte willen creëren voor een nieuw en groter paleis. Inderdaad liet Nero na de brand een nieuw paleis, de Domus Aurea, bouwen. Toch spreekt er objectief gezien meer tegen dan vóór de brandstichting. Nero was op dat moment 50 km. verderop. Het vuur begon niet in de buurt waar de Domus Aurea kwam te liggen en ook Nero' s eigen paleis werd door de brand getroffen. Bovendien zou brandstichting de populariteit van de keizer, die toch al tanende was, geen goed doen. De herbouw van de stad koste Nero bovendien ook nog eens handen vol geld.

De wederopbouw van de stad werd groots aangepakt. Er werden brede straten aangelegd en grote open pleinen. De onderste verdiepingen van de huizen werden van steen opgetrokken. Overdekte zuilengangen langs de huizen gaven beschutting tegen de brandende zon en de regen. Zo verrees er een nieuwe stad, die met recht Keizerstad genoemd mocht worden. Nero liet voor zichzelf op één van de zeven heuvels van de stad een enorm nieuw paleis bouwen: Nero's Gouden Huis

Toen Nero er alsmaar niet in slaagde om de verdenking van zich af te schudden, wees hij de Christenen als schuldigen aan. Dat was een slimme zet. De Christenen met hun vreemde geloof, werden toch al met argusogen bekeken. De Romeinse machthebbers waren bang dat hun afkerigheid van de Romeinse staatsgodsdienst zou leiden tot ondermijning van het gezag. De Christenen verachtten de Goden die eeuwenlang de Romeinse staat hadden beschermd en tot het machtigste rijk op aarde hadden gemaakt. "Van die goddelozen kun je verwachten dat ze de stad in brand steken. Ze verkondigen zelfs, dat eens het vuur uit de hemel zal neerdalen om de heidense wereld te vernietigen." 

Door de Christenen tot zondebok te maken luidde Nero de eerste systematische christenvervolging in. Hij beschuldigde hen van complotten tegen de staatsveiligheid en liet ze in het openbaar terechtstellen. Zo liet hij ze aan een paal vastbinden, met teer overgieten en ierden ze gekruisigd en voor de leeuwen gegooid. Veel Romeinen, die toch echt wel wat gewend waren, vonden dit gedrag veel te ver gaan.

Ook de mateloze ijdelheid van Nero stuitte de Romeinse aristocratie tegen de borst. Nu hij niet langer de wakende blik van zijn moeder hoefde te vrezen, durfde hij eindelijk toe te geven aan zijn artistieke en sportieve "ambities". Zo was het een langgekoesterde wens van hem om een renwagen met een vierspan te mennen en om op het toneel de citer te spelen. Nero leek niet meer te stoppen zodat het Seneca en Burrus het beste leek om hem dan maar toestemming te geven voor zijn wensen. Dus werd er een terrein afgebakend. Het Romeinse volk werd persoonlijk door Nero uitgenodigd. Tijdens Nero's optreden mocht niemand het theater verlaten. Mannen die stierven van verveling deden alsof ze echt doodgingen, want dan werden ze naar buiten gedragen. Het feit dat dit zijn reputatie geen goed deed, zorgde er niet voor dat hij er zelf genoeg van kreeg. Integendeel, hij werd er juist door aangemoedigd. Om zijn eigen schande te verzachten, liet hij de zonen en dochters van aanzienlijke families vernederen door ze ook op het toneel te laten optreden.

In 65 werd Poppaea, toen ze opnieuw in verwachting was, door Nero in een vlaag van woede zo hard in haar buik geschopt dat zij eraan overleed. Met grote spijt gaf Nero haar een staatsbegrafenis en kende haar de hoogste eer toe: Diva (=goddelijk).

Nero's leefwijze, de herbouw van Rome, zijn nieuwe paleis en de oorlogen kostten veel geld. Om aan de benodigde financiële middelen te komen eiste Nero grote bijdragen van de steden en de provincies. Onder de senatoren groeide het verzet tegen de keizer met de dag. In 65 n. Chr. manifesteerde deze onvrede zich in de samenzwering van Gaius Calpurnius Piso, maar deze werd ontdekt. Hoewel het complot  veel indruk maakte op Nero, die (net als zijn voorganger Claudius) toch al achtervolgd werd door zijn angst om vermoord te worden. In reactie verviel hij tot nog grotere schanddaden. 

Kort daarna werd er opnieuw een samenzwering tegen Nero ontdekt. Ook deze mislukte. Een opstand van Iulius Vindex in Gallie, die de steun kreeg van Galba in Spanje, leidde uiteindelijk tot Nero's ondergang. De praetorianen, die waren omgekocht, riepen Galba uit tot keizer. Nero vluchtte weg uit Rome en liet zich op 9 juni 68 n.Chr. door een vrijgelaten slaaf om het leven brengen nadat hij door de senaat was veroordeeld tot de dood door geseling. Stervend sprak hij de woorden: "Welk een kunstenaar sterft er met mij.

Met de dood van Nero kwam er na 95 jaar een einde aan de regering van de Julisch-Claudische dynastie en begon er een periode van militaire anarchie waarin de keizers Galba, Otho en Vitellius elkaar opvolgen in het zogenaamde "vierkeizerjaar" (68-69 n. Chr.). 

Galba (68 - 69 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 14-04-06

Colofon