2965 Pannonia
Keizerrijk Rome (43 v. Chr. - 98 n. Chr.)

Pannonia is de naam van het gebied dat door de Donau langs de noord en oostkant begrensd wordt. Het omvat grote delen van wat nu Hongarije is (de laagvlaktes van de Donau). Het gebied is genoemd naar de Pannoniërs (Pannonii), een Illyrisch volk, dat in meer of mindere mate Keltische invloeden heeft ondergaan. Er woonde namelijk sinds de 4e eeuw v.Chr. ook Keltische stammen in het gebied.

In de Oudheid lag aan de westgrens van Pannonia de regio Noricum en in het zuiden lag Dalmatia. De Romeinse provincie Pannonia had in het uiterste zuiden ook nog een kleine grens met opper-Moesia. Vandaag komt het gebied grotendeels overeen met Hongarije. Weinig was bekend over de inwoners van Pannonia toen de Romeinse legioenen onder Agrippa het gebied binnenvielen. 

In 35 v. Chr. trok Octavianus naar Dalmatia om de grens van het Romeinse Rijk tot de Donau te verleggen en zo de bedreigde landbrug met het oosten veilig te stellen. Zo raakten de Pannoniërs, die een bondgenootschap hadden gesloten de Dalmatiërs in strijd met Rome. De primitief uitgeruste Pannoniërs en Dalmatiërs waren niet opgewassen tegen de Romeinse macht en Octavianus veldtocht verliep spoedig: Ín 19 v. Chr. veroverde hij Siscia (het huidige Sisak).

Van 16 tot 14 v.Chr. werd er opnieuw strijd geleverd door de Pannonische invasie van Istria. De Romeinen werden aangevoerdoor Marcus Vipsanius Agrippa en Marcus Vinicius en na Agrippa’s dood in 12 v.Chr. door Tiberius. Nadat deze een opstand van de Breuci had neergeslagen, werd het Romeins gezag uitgebreid tot aan de Donau. Het deel ten noorden van de Drava lijkt het Romeinse gezag zonder echte strijd te hebben aanvaard. Waarschijnlijk uit angst voor de Daciërs, die wat verder in het oosten waren gevestigd.

Na de grote Pannonische Opstand (6-9 n. Chr.) van de Daesitiates in 6 n. Chr., onder twee leiders die beiden Bato als naam hadden, en gesteund door de Breuci, wordt Illyricum in 9 n. Chr. verdeeld in de latere provinciae Pannonia en Dalmatia. 

De lange duur van de strijd tegen de Pannoniërs en Dalmatiërs bewijst dat de Romeinen tegen een veel sterkere vijand stonden dan aanvankelijk verwacht. Pannonia en Dalmatia vormde samen een nieuwe provincie voor het rijk: Illyricum, afgeleid van de oude naam voor de inwoners van de streek, de Illyriërs. In deze provincie werden niet minder dan zeven legioenen gelegerd. Dit vond Augustus gevaarlijk aangezien een gouverneur dan direct controle had over 28.000 man elitetroepen. Daarom werd het noordelijk deel van Illyricum afgescheiden onder de naam Pannonia, het zuiden heette voortaan Dalmatia

Pannonia bleek een waardevolle provincie te zijn: het lag midden op de belangrijke handelsroute die langs de Donau liep en zo de Zwarte Zee met Gallië verbond. Tussen het jaar 102 en 107 (tussen de eerste en de tweede Dacische Oorlog) splitste Trajanus de provincie opnieuw in twee delen. Pannonia superior (westelijk deel) en Pannonia inferior (het oostelijk gedeelte). De hoofdsteden waren Carnuntum (ongeveer 35 km ten oosten van het huidige Wenen.) resp. Aquincum (ten noorden van Boedapest).

Vanwege de gunstige ligging groeide Aquincum uit tot het industriële en economische hart van de provincie Pannonia, waarvan het grondgebied een groot deel van het tegenwoordige Hongarije besloeg. De bloeitijd van Aquincum lag rond het jaar 200. Van de Romeinse burgerstad zijn delen van baden en waterleidingen, van mozaïeken en een tweede amfitheater bewaard gebleven. De door de warme bronnen in het hele Romeinse Rijk geroemde stad zou in zijn bloeiperiode tot het eind van de vierde eeuw ruim 40.000 inwoners hebben geteld. Aan het einde van de 4de eeuw moesten de Romeinen wijken voor de Hunnen en verlieten zij met hun hele hebben en houden de garnizoensstad.

Vanaf 1880 is de stad weer langzaam opgegraven. Vandaag de dag is er van de eens zo belangrijke plaats niet veel meer over dan een ruïne.

Links: Aquincum (reconstructie)

Volgens Ptolemeus werd de deling heel strikt gedaan: er werd een lijn tussen Arrabona (het huidige Győr) en Servitium (Gradiška) getrokken. Later verplaatste men die lijn verder naar het oosten, waarmee Pannonia superior groter werd. De Romeinen bleven het gebied echter vaak als geheel zien en noemden het soms dan ook Pannonia's of Pannoniae (in het Latijn is de uitgang -ae het meervoud van de uitgang -a).

In 340 kregen de Asding-Vandalen toestemming om zich binnen het Romeinse Rijk te vestigen. Zij kregen als foederati van de Romeinen land toegewezen in Pannonië en verbleven daar totdat zij omstreeks 400 in opstand kwamen. De Romeinse legeraanvoerder Stilicho voerde campagne tegen de Vandalen en verdreef hen uit Pannonia.

Bij de invallen door Hunnen in het begin van de 5de eeuw werd Pannonia door keizer Theodosius II afgestaan (433). Na de dood van hun leider, Attila in 453, namen de Ostrogoten (onder leiding van Theodorik) het gebied over, samen met de Gepiden en de Longobarden. Maar daarbij eindigde de reeks van invallen niet: de Avaren, een van oorsprong Mongoolse stam, bezette vanaf 568 Pannonië en de Hongaarse laagvlakte ten oosten van de Donau, en stichtten er het Avaren-kanaat. Vanaf 895 werd dit gebied overgenomen door de Magyaren (Hongaren).

Gemaakt: 22-01-06; laatst bijgewerkt: 13-04-10

colofon