2862

Romeinse Rijk (117 - 138 n. Chr.) Hadrianus

  Trajanus (98-117 n. Chr.)

Voor velen was het een complete verrassing dat keizer Trajanus in 117 vanaf zijn doodsbed Hadrianus adopteerde en aanwees als zijn troonopvolger. Geruchten gingen op dat Hadrianus Trajanus, die al ziek was, met behulp van handlangers van Trajanus' echtgenote Plotina zou hebben vergiftigd, Dit idee wordt nog eens versterkt als kort daarop ook Trajanus' 28-jarige persoonlijke bediende overlijdt.

Eenmaal keizer, zag Hadrianus zich geconfronteerd met een opstand van de Saracenen en de Britten en onrust in Egypte, Libië, Palestina, Mauretanië en Dacië. Hij was op dat moment in Syrië en reageerde snel. Hij ging op weg naar Dacië en benoemde ondertussen op belangrijke posten eigen mensen om de brandhaarden onder controle te krijgen. Zo stuurde hij zijn grote vriend, de voormalige centurion Marcius Turbo eerst naar Mauretanië om hem vervolgens te benoemen tot gouverneur van Dacië en Pannonia Inferior. 

Sinds de dood van   Trajanus in 117 n. Chr. werd het Romeinse rijk herhaaldelijk binnengevallen door Germaanse volkeren, op zoek naar nieuwe woonplaatsen binnen de grenzen van het rijk.  Bovendien waren Romes bemoeienissen in het oosten niet meer te overzien en boden zij slechts uitzicht op langdurige en geldverslindende oorlogen. 

Daarom nam de nieuwe keizer Hadrianus (117-138) een voor het Rijk belangrijke en ingrijpende beslissing: aan de voortdurende expansie en veroveringen moest een einde komen. Hij riep zijn legers uit Assyrië en Noord-Mesopotamië terug en gaf al het tijdens de Dacische oorlogen = door Trajanus veroverde gebied in Dacië zonder slag of stoot prijs. In het zuiden van Brittannië vestigen zich veel veteranen, mannen die jarenlang dienst hadden gedaan in het leger met hun gezinnen. In Germania Superior werden tussen Rijn en Donau nieuwe versterkingen gebouwd. Bestaande castella (forten) kregen stenen verdedigingsmuren en een stenen hoofdgebouw, zoals het castellum Praetorium Agrippinae (Valkenburg ZH). Zo pantserde Hadrianus het rijk tegen mogelijke aanvallen. 
Uit Rome, waar zijn vriend Acilius Attianus als prefect van de Pretoriaanse Garde de zaak in de gaten hield, kwam toen het bericht van een samenzwering. Vier senatoren werden - mogelijk met instemming van Hadrianus - terechtgesteld. Bijna een jaar later waren de meeste zaken weer in orde en maakte Hadrianus eindelijk zijn opwachting in Rome. De ontvangst was niet hartelijk. De executie van de vier senatoren riep net iets te veel herinneringen op aan voorgangers die samenzweringen als argument gebruikten om tegenstanders uit de weg te ruimen.

Nadat Hadrinaus in 126 was teruggekeerd uit de oostelijke provincies liet de kunstminnende keizer een uitgestrekt landgoed(villa Adriana) aanleggen ten zuidwesten van het Latijnse stadje Tibur, het huidige Tivoli, ca. 31 km van Rome. 

Hadrianus deed zijn best om weer in het gevlei te komen door giften en door belastingschulden kwijt te schelden. Maar helemaal goed is het nooit gekomen. Vooral het opgeven van de provincies is Hadrianus blijvend aangerekend. Rome hoorde toch een imperium sine fine, een rijk zonder grenzen, te zijn? Dergelijk kritiek is te lezen bij Tacitus, die in die tijd werkte aan zijn Annales en met afschuw sprak over "de keizer die geen interesse heeft om het rijk uit te breiden". Hadrianus spiegelde zich ondertussen liever aan Augustus en diens Pax Romana. De muur in Brittannië, maar ook de houten palissaden aan de grenzen van Germania en Raetia en de muren van klei langs de Afrikaanse grenzen dienden niet alleen een praktisch doel, maar waren ook een symbool voor de Romeinen dat aangaf dat ze tot hier en niet verder zouden gaan. 
Liever dan nieuw terrein te veroveren zette Hadrianus zich in om de door hem bewonderde Grieken weer hun oude luister terug te geven. Hij zorgde voor de oprichting van een nieuwe Panhelleense Bond, herstelde overal oude monumenten en stelde de Senaat open voor de Grieken. Op vele plaatsen liet Hadrianus nieuwe steden bouwen en verfraaien met openbare gebouwen, zoals het Pantheon in Rome.
Geheel in overeenstemming met zijn liefde voor alles wat Grieks was, was zijn liefde voor Antinoüs, een knappe jongen uit Bithynia, die hij op zijn reizen meenam. Op reis langs de Nijl in 130 verdronk Antinoüs. Een ongeluk? Een offer, om de al dan niet zieke Hadrianus weer beter te maken? Of zelfmoord? Of werd Antinoüs naar Griekse maatstaven te oud om nog op een nette manier Hadrianus' minnaar te zijn? Hoe dan ook, Hadrianus vergoddelijkte de jongen en stichtte een naar hem genoemde stad.

Hadrianus, die zelf in Spanje was geboren (in Italica, bij Sevilla), beschouwde Rome al niet meer als het middelpunt van het Romeinse rijk. Zijn besef van het belang van de provincies kwam tot uiting in het feit dat hij minstens 13 van zijn 21 regeringsjaren buiten de grenzen van Italië heeft doorgebracht. Zijn vele reizen door het rijk waren tegelijkertijd ook inspectietochten om overal misstanden recht te zetten. Hadrianus bezocht tijdens zijn regeerperiode bijna alle provincies van het Romeinse Rijk: hij was in totaal bijna negeneenhalf jaar buiten Italië op reis. De provincies waren voor hem minstens zo belangrijk als Rome en Italië. Iberia (Spanje en Portugal), met de hoofdstad Merida, dat rijk was aan mineralen en vooral goud (Asturië) en Gallië waren de meest Romeinse provincies. Verder produceerden deze provincies graan, wijn en olijfolie. In Gallië namen de Galliërs de taal en de gebruiken van de Romeinen snel over.  

Hij vervolgde geen Christenen. Hij meende verstand te hebben van alles, van architectuur, toneel, poëzie, jagen en filosofie. En hij was een panhelleen en brak als eerste met een eeuwenoude traditie, die van het scheren. Beïnvloed door de Grieken werd hij de eerste keizer met een volle baard. Zijn grote liefde was de Griekse jongeling Antinoüs. Kortom, Hadrianus was een veelzijdige, geëmancipeerde kosmopoliet die niet moest hebben van starre dogma's en systemen.

Maar Hadrianus had ook zijn minder goede kanten. Hij kon niet tegen kritiek. Hij kon wreed en hard zijn en was daarom gehaat bij velen. Zijn echtgenote Sabina deed er alles aan om geen kinderen van hem te krijgen, want zo zei ze, dat wilde ze de wereld niet aandoen. 
De Joden vergaven het hem niet dat hij hen wilde helleniseren, besnijdenis verbood en van Jeruzalem een Romeinse provincie maakte. Op de ruïnes van het verwoeste Jeruzalem liet hij een tempel bouwen, gewijd aan de Romeinse God Jupiter. Voor de Joden een klap in het gezicht. Ze kwamen in opstand en de strijd die daarna losbarstte werd zo hevig en fel gevoerd, dat vrijwel het hele Joodse volk werd uitgeroeid. 

De laatste jaren van zijn leven werd Hadrianus steeds onverdraagzamer. Hij brak met oude vrienden als Turbo en liet zijn dan negentig jarige rivaal Servianus en diens kleinzoon als troonpretendenten uit de weg ruimen. Terwijl hij de zaken overliet aan zijn opvolger Antonius Pius, trok hij zich ernstig ziek terug in Baiae. Daar voltooide hij zijn autobiografie om vervolgens, etend en drinkend zijn dood tegemoet te gaan. Hij overleed op 10 juli 138.

De Senaat, die zijn macht door Hadrianus ingeperkt zag worden, stemde na zijn dood slechts met tegenzin in met zijn vergoddelijking. Diverse maatregelen van Hadrianus werden meteen na zijn dood teruggedraaid. Zo legde zijn opvolger Antonius Pius de grens in Brittannië weer een stuk noordelijker en bestuurde hij het rijk nadrukkelijk weer vanuit Rome.

Ter ere van keizer Hadrianus werd in 145 door diens opvolger Antonius Pius op het Marsveld in Rome een tempel gebouwd. Deze tmepel maken nu deel uit van een 17e eeuws gebouw, dat nu dienst doet als de beurs van Rome (La Borsa). De elf Corynthische marmeren zuilen die nu nog overeind staan,. zijn 15 meter hoog en stonden aan de noordkant van de tempel. Oorspronkelijk stonden er 13 aan beide lange zijden en 8 aan de korte. Ze staan op een 5 meter hoog fundament van peperino, een vulkanisch gesteente afkomstig uit de Colli Albani ten zuiden van Rome. 

Links: Tempel van Hadrianus. Foto: Bert Woudstra 2010.

Het fundament is nu onder de grond verdwenen. Recht voor de zuilen is de grond echter gedeeltelijk weg gegraven waardoor het podium en het oude straatniveau weer te zien zijn. De tempel was rijkelijk versierd met afbeeldingen en oorlogstrofeeën uit het hele Romeinse rijk. Een aantal van deze decoraties zijn nu te zien in musea in Rome en Napels, zoals het Capitolijns Museum. Achter de zuilen is nog de muur zichtbaar van de cella, evenals een deel van het cassettenplafond van de zuilengang. De tempel stond vroeger op een groot rechthoekig porticus (gebouw bestaande uit vier in een rechthoek gebouwde zuilengangen) 

Rechts: maquette van de tempel van Hadrianus (links op de voorgrond). Daarachter de tempel van Matidia, die Hadrianus ter eren van zijn schoonmoeder Matidia liet bouwen. (Maquettes- Historiques)

Antonius Pius (138-161 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 28-08-02

colofon