|
3692 |
Oost-Europa (200 - 300 n. Chr.) |
De Slavische volkeren, die zich vanaf omstreeks 150 n. Chr. in verschillende richtingen te over Oost-Europa verspreiden, vestigden zich in delen van Polen, Wit-Rusland (Belarus) en de Oekraïne. Aan het begin van de 3e eeuw trokken de Goten vanuit hun gebied aan de Baltische kust naar het zuiden. Tijdens het bewind van |
| Eén groep, de Ostrogoten (Ostrogothi), vestigde zich rond de Zee van Azov (ten noorden van de Zwarte Zee), vanwaar hun gebied zich naar het westen tot aan de Dnjepr (Oekraïne) uitstrekte. De andere, de Visigoten (Visigothi), namen bezit van de inmiddels opgeheven provincie Dacië (Zevenbergen in het tegenwoordige Roemenië). De prefect Decius maakte echter korte metten met hen. |
|
|
I |
In 252 overschreden enorme
horden Goten de Donaugrens over en brandschatten Thracië
en Macedonië. Ze namende stad Philippolis (Plovdiv in Bulgarije) in
en slachtten, naar men zei, 100.000 van haar inwoners af. Als zeerovers
maakten de Goten de Zwarte Zee en Egeïsche Zee onveilig. Het
probleem met de Goten was nu zo groot dat er voor keizer Tijdens het bewind van keizer In 262 drongen de Goten en andere Germaanse stammen, waaronder de Gepiden, tot ver in Griekenland door. Vijf jaar later (267) verschenen zij opnieuw, overal dood en verderf verbreidend. |
| In de nu volgende
jaren kwam er een ware volksverhuizing van Germanen uit de
Donaulanden het Romeinse gebied binnen. Meer dan 300.000 strijdbare mannen
trokken met hun vrouwen en kinderen, huisraad en vee de rivier over. Daarop
splitsten zij zich in twee groepen, waarvan de een naar Macedonië
en Griekenland trok, en de andere, de grootste, door Moesia (het tegenwoordige
Servië en Bulgarije). Het was niet meer alleen een plundertocht; een
heel volk zocht nieuwe woonplaatsen. In 269 bracht keizer |
![]() |
![]() |
Ook ter zee werden de vijanden
vrijwel vernietigd. Het zou lang duren voordat de Goten zich weer zouden
hebben hersteld. De voortdurende moeilijkheden met de Germanen deden keizer |
|
De eindeloze machtsstrijd tussen de Romeinse troonpretendenten was er de oorzaak van dat het meer dan dertig jaar had geduurd voordat de orde ook maar enigszins was hersteld. De Rijn-Donaugrens werd ten slotte weer hersteld en opnieuw versterkt, maar Europa zag er nu heel anders uit. De provincie Dacië was verdwenen; de Ostrogoten bewoonden nu Romeins gebied ten zuiden van de Donau; en de vruchtbare inspringende hoek tussen de Rijn en de Donau was het domeind van de Alemannen geworden. Er was weer eens een tijdelijke vrede tot stand gekomen, maar Rome moest wijken.
laatst bijgewerkt: 06-09-03 |