|
3704 |
Hunnen (Hunni) (350 - 400) |
Op een gegeven moment verschenen de Xiongnu op de steppen ten noorden van de Zwarte Zee. In 352 werden de Hunnen door hen verdreven uit hun woongebied. Eén groep (de Zwarte Hunnen) trok naar naar Rusland, een andere groep (de Hephtaliten Heftalieten of Ephtaliten of Witte Hunnen) trok naar Perzië en Noord-India. Een
van de voornaamste stamleiders van de Zwarte Hunnen was De Byzantijnse historicus Procopius omschreef de Witte Hunnen als ‘van het volk der Hunnen’ maar de enigen onder de Hunnen met een blank lichaam’. Mogelijk waren de Witte Hunnen van gemengde Mongoolse en Indo-Europese afkomst. ‘De Heftalieten hebben geen steden maar trekken vrij rond en leven in tenten. Ze wonen niet in steden; hun regeringszetel is een verplaatsbaar kamp.’ aldus Sun Yung en Hui Sheng, boeddhistische pelgrims. Hun manier van oorlog
voeren was vergelijkbaar met die van andere nomadische steppevolken:de
krijgers van de Witte Hunnen waren snelle ruiters die gevestigde
beschavingen overvielen en terroriseerden. De Sassanidische koning
De Alchon
Hunnen,
één van de vier takken van de Witte Hunnen drongen
vanaf 390 naar het zuiden en in 430 vielen onder hun leider |
|
In India waren de Witte
Hunnen aanvankelijk minder succesvol. Ze werden in 457 verslagen door
de Gupta-keizer Rechts:
|
![]() |
|
In
453-454 drongen de Hephtaliten (Witte Hunnen) opnieuw het Sassanidische rijk binnen, veroverden
de stad Termez (Uzbekistan, dicht bij de grens van Afghanistan) en
versloegen na drie veldslagen in 483 de Sassanidische koning Rond 530 vernietigde Rond 355 raakten de Zwarte Hunnen slaags met de oostelijke Alanen,
een
volk dat verwant was aan de
Sarmaten
en dat leefde tussen de Wolga en de
Don. Nadat
zij hen een zware nederlaag hadden toegebracht, trokken zij verder om de Ostrogoten
te onderwerpen, die een groot rijk in
het huidige Europese Rusland hadden geschapen. De Ostrogoten vochten wanhopig, maar
vergeefs. Zij moesten de Hunnen onder hun heerser |
|
Nadat de Ostrogoten en Gepiden door de Hunnen waren onderworpen, kwam de beurt aan de Visigoten, die zich in de streken ten noorden van de Donau aan de Dnjepr hadden gevestigd. Zij konden evenmin weerstand bieden aan de vloedgolf uit het oosten. In korte tijd overvleugelden de Hunnen de Visigoten en namen bezit van een groot gebied dat zich uitstrekte van de Kaspische Zee tot aan de Hongaarse laagvlakte. De Visigoten werden uit Oost-Europa verdreven en vestigden zij zich op de steppen ten noorden van de Donau, in het tegenwoordige Hongarije en Roemenië. |
|
|
Op
het einde van de vierde eeuw leken de Xionnu versterkt te worden door pas
bijgekomen benden. Zij werden zo machtig dat de Romeinen zich rond de tijd
van keizer Theodosius de Grote, verplicht voelden om hen een stevige tol
te betalen. Nog steeds kon het Hunse rijk geen bedreiging vormen
voor Romeinse rijk. Immers, hun economie was té primitief,
hun innerlijke verdeeldheid was té groot, zij waren geen strategen, noch
waren zij bekwaam in het belegeren van een gesofisticeerde, georganiseerde
tegenstander als de Romeinen.
links: Hunnenrijk ca. 400 |
laatst bijgewerkt: 21-07-02 |