5212

West-Francië (900-1000)

West Francië (870 - 900)

Karel lll de Eenvoudige (898 - 923)

Karel lll (bijg. de Domme, Le Simple, de Eenvoudige), had dankzij de steun van Fulco, aartsbisschop van Reims, na vijf jaar strijd de Franse kroon in 898 opnieuw weten te bemachtigen. Robert, de broer van Odo en markgraaf van Neustrië ging hiertegen in oppositie aan het hoofd van de Franse rijksgroten.

Karel lll de Eenvoudige was op het idee gekomen tegen de Vikingen een grenswacht te vormen uit mannen van hun eigen stam. 

Grote ontzetting heerste er in het land der Franken bij het gerucht dat er [opnieuw] een geweldige Vikingvloot in de monding van de Schelde was geland. 

De Franse kanunnik Dudo, die een eeuw later in opdracht van een Normandische hertog de geschiedenis van Normandië heeft geschreven, geeft ons in een dramatisch verhaal een aanschouwelijke indruk van de tegenstelling tussen de Frankische en de Scandinavische gedachtegang. 

De Frankische vazal, die over het land aan de Seine heerste, riep zijn troepen op, maar probeerde eerst door onderhandelingen iets te bereiken. Hij wendde zich tot een beroemd Noorman, Hasting, die zelf een geweldige Viking was geweest, maar in dienst van de Frankische koning was getreden. Hem verzocht hij met zijn vroegere landgenoten te spreken. Gevolgd door twee Frankische ridders, die Deens kenden, begaf Hastings zich naar de oever van de rivier. Van daar riepen zij: "Wij ridders zijn uitgezonden door de koning der Franken en eisen, dat ge ons zegt, vanwaar gij komt en wat ge wenst."Antwoord: "Wij zijn Denen, gekomen uit Denemarken en wij willen Francia veroveren". - "Hoe heet uw heer?"- "Wij kennen geen heer, want wij zijn allen gelijk" - "Hebt ge ooit horen spreken over een een zekere Hasting, die uw landgenoot was en met vele krijgslieden hierheen voer?" - "Ja, die man begin goed, maar het liep slecht met hem af."Hasting vervolgde: "Wilt ge u onderwerpen aan Karel, de koning van Francia, bij hem in dienst treden en van hem rijkelijke beloning ontvangen?" De toonden toonden geen animo. "Wij onderwerpen ons aan niemand. De beloning, die wij met wapenen en heldenfeiten verwerven, zint ons het meest" - "Waarheen trekt gij nu?""Maak dat je weg komt", klonk het van de Denen. "Wij houden niet van al dat gepraat. En wij zijn niet van plan jullie over onze plannen in te lichten."

Hun ingenomenheid met de manier van leven in nieuwe land bracht de Noormannen er toe in 911 het aanbod van Karel de Eenvoudige aan te nemen en zich in zijn land te vestigen (akkoord van St. Clair sur Epte). De voorwaarden waren dat zij hun nieuwe woonplaats tegen andere Vikingen zouden verdedigen, dat ze tot het christendom zouden overgaan en de rest van Francia met rust zouden laten. Het land werd naar hen Normandië genoemd en een van hun aanvoerders,  Rollo kreeg het als hertogdom in leen. Er wordt van hem verteld dat hij, toen hij zijn leenheer moest huldigen, weigerde mee te doen met de gewoonte de voet van de koning te kussen. Tenslotte ging hij ermee akkoord, dat een van zijn mannen in zijn gevolg de ceremonie zou uitvoeren. Maar ook deze was te trots om zich te buigen. Daarom bracht hij de voet van de koning naar zijn mond, met het gevolg dat zijne majesteit achterover tuimelde.

Robert (922-923)

Een opstand van de Franse groten tegen Karel lll bracht in 922-923 Robert op de troon. Karel lll werd gevangen gezet.

Rudolf (Raoul, Rodolphe) van Bourgondië (923-936)

Toen in 923 Robert sneuvelde in de slag bij Soissons, werd hij opgevolgd door zijn schoonzoon Rudolf van Bourgondië.

Rudolf was de oudste zoon van hertog Richard l van Bourgondië (918 - 921) en Adelheid van Auxerre. In 918 verwierf hij Bourges van Willem II van Aquitanië. In 921 volgde hij zijn vader op als hertog van Bourgondië en als lekenabt van de H. Germain van Auxerre en de H. Colomba. Als schoonzoon van koning Robert van Frankrijk volgde hij Robert in 923 op als koning van West-Francië en werd hetzelfde jaar gekroond in Soissons. 

Al gauw barstte er een strijd los tussen de nieuwe Franse koning en de Duitse koning Hendrik l van Saksen (919 - 936). Deze maakte in 925 van de anarchie in Frankrijk gebruik om Lotharingen met wapengeweld weer bij zijn rijk in te lijven. Daardoor werd de Schelde definitief de grens tussen het Duitse rijk en Frankrijk. Het zou zeker tot 1648, althans in naam, deel blijven uitmaken van het Duitse rijk. Lotharingen gold wel als een apart geheel, met een eigen kanselier te Trier. Van een Lotharings saamhorigheidsbesef is toen, noch later ooit sprake geweest. 

Rudolf moet optornen tegen de Noormannen, die Karel de Eenvoudige steunden en moest Nantes aan hen afstaan. De Noormannenvorst Willem Langzwaard onderwierp zich nadat Rudolf Avranches en Coutances had afgestaan. Pas na de dood van Karel de Eenvoudige in 928, werd Rudolf ook in het zuiden van Frankrijk erkend als koning. Alhoewel Herbert II van Vermandois voordien zijn bondgenoot was geweest tegen Karel de Eenvoudige, kwam het nu tot een conflict. In deze strijd was Rudolf aangewezen op de hulp van Hugo de Grote. In Bourgondië zelf onderdrukte hij de opstand van graaf Giselbert van Châlon, en verwierf hij Dijon van graaf Boso.

Rudolf was gehuwd met Emma van Neustrië, de dochter van koning Robert van Frankrijk, maar had geen erfgenamen.

Karel III stierf in 929, maar Rudolf regeerde nog tot 936. In 930 werden de Noormannen definitief verslagen, waadoor Rudolfs positie aanmerkelijk verstevigd werd. 

Lodewijk lV van Overzee (936-954)

Na zijn dood in 936 werd Lodewijk, de zoon van Karel lll door de adel, met aan het hoofd Hugo de Grote (een zoon van Robert I van Frankrijk), gevraagd uit Engeland terug te keren naar Frankrijk. In 936 werd hij  tot koning gekroond door Artaldus, de aartsbisschop van Reims. Zijn macht beperkte zich evenwel tot Laon en enkele plaatsen in het noorden van Frankrijk. Lodewijk, was nadat zijn vader Karel lll gevangen was genomen, door zijn moeder Eadgifu in Engeland in veiligheid gebracht. Lodewijk was toen nog pas 2 jaar. Hij werd opgevoed aan het hof van zijn Engelse grootvader, Eduard de Oudere. Daaraan heeft hij zijn bijnaam  "van overzee" (d'Outremer) te danken. 

Links: Kroning van Lodewijk lV

Lodewijk lV was niet bij machte efficiënt de invloed van de Duitse koning Otto l in Frankrijk uit te schakelen, noch de autonomie van de Westfrankische aristocraten te beperken. Eén van hen, Hugo de Grote, graaf van Parijs, wist hem zelfs een voogdijschap op te dringen en hem in 945 gevangen te zetten.

Alhoewel hij zijn best deed om goede betrekkingen met de adel te hebben, werd zijn regering gekenmerkt door conflicten met de adel, vooral met Hugo de Grote, de graaf van Parijs. In 939 kwam hij in conflict met keizer Otto I van het Heilige Roomse Rijk over Lotharingen, maar huwde toen met een zuster van Otto, Gerberga van Saksen (914–984). Zij hadden twee zonen en een dochter

Lotharius lll
(954-986)
Lotharius lll, de zoon van Lodewijk lV en Gerberga van Saksen, kon na het overlijden van zijn tegenstander aartsbisschop Hugo van Keulen en tevens hertog van Neder-Lotharingen, beter weerstand bieden aan de inbreuken op het koninklijke gezag door de Franse aristocratie en de Duitse keizers Otto l en Otto ll. Toch mislukte zijn poging om het koninklijke domein ten koste van Otto ll met Lotharingen te vergroten (978). Daarna moest hij nog afrekenen met de anti-Karolingische coalitie van Hugo Capet, de zoon van Hugo de Grote, de Duitse keizer en de aartsbisschop van Reims.
Lotharius was gehuwd met Emma, dochter van Lotharius van Italië.

Lodewijk V, de Leegloper (de Luie, Nietsdoener, Fr. le Fainéant), zoon van Lotharius lll (ca. 986-987), de laatste Karolingische koning van Frankrijk, stond machteloos tegenover de anti-Karolingische coalitie, onder leiding van Hugo Capet. Lodewijk V was de laatste Karolingische koning van Frankrijk. Met hem stierf de Karolingische dynastie uit.

Hugo Capet (987 - 996)

Sinds 987 regeerde in Frankrijk koning Hugo Capet (987 - 996). Zijn koningsmacht was, net als die van zijn opvolgers nauwelijks meer dan een waardigheid in naam. Politiek gezien was Frankrijk bij de troonsbestijging van Hugo Capet een conglomeraat van onderling zelfstandige staten. Hij regeerde eigenlijk slechts over zijn geërfde hertogdom, dat hoofdzakelijk bestond uit Ile de France, met Parijs als hoofdstad. Zijn leenmannen waren in feite zelfstandige hertogen en graven. De voornaamste van hen allen was de hertog van Normandië.

rechts: Hugo Capet

Francië (1000 - 1100)

laatst bijgewerkt: 25-07-02

colofon