|
5212 |
West-Francië (900-1000) |
![]() |
Karel lll de Eenvoudige was op het idee gekomen tegen de Vikingen een grenswacht te vormen uit mannen van hun eigen stam. Grote ontzetting heerste er in het land der Franken bij het gerucht dat er [opnieuw] een geweldige Vikingvloot in de monding van de Schelde was geland. De Franse kanunnik Dudo, die een eeuw later in opdracht van een Normandische hertog de geschiedenis van Normandië heeft geschreven, geeft ons in een dramatisch verhaal een aanschouwelijke indruk van de tegenstelling tussen de Frankische en de Scandinavische gedachtegang. |
| De Frankische vazal, die over het land aan
de Seine heerste, riep zijn troepen op, maar probeerde eerst door
onderhandelingen iets te bereiken. Hij wendde zich tot een beroemd
Noorman, Hasting, die zelf een geweldige Viking was geweest, maar in
dienst van de Frankische koning was getreden. Hem verzocht hij met zijn
vroegere landgenoten te spreken. Gevolgd door twee Frankische ridders, die
Deens kenden, begaf Hastings zich naar de oever van de rivier. Van daar
riepen zij: "Wij ridders zijn uitgezonden door de koning der Franken
en eisen, dat ge ons zegt, vanwaar gij komt en wat ge
wenst."Antwoord: "Wij zijn Denen, gekomen uit Denemarken en wij
willen Francia veroveren". - "Hoe heet uw heer?"-
"Wij kennen geen heer, want wij zijn allen gelijk" - "Hebt
ge ooit horen spreken over een een zekere Hasting, die uw landgenoot was
en met vele krijgslieden hierheen voer?" - "Ja, die man begin
goed, maar het liep slecht met hem af."Hasting vervolgde: "Wilt
ge u onderwerpen aan Karel, de koning van Francia, bij hem in dienst
treden en van hem rijkelijke beloning ontvangen?" De toonden toonden
geen animo. "Wij onderwerpen ons aan niemand. De beloning, die wij
met wapenen en heldenfeiten verwerven, zint ons het meest" -
"Waarheen trekt gij nu?""Maak dat je weg komt", klonk
het van de Denen. "Wij houden niet van al dat gepraat. En wij zijn
niet van plan jullie over onze plannen in te lichten."
Hun ingenomenheid met de manier van leven
in nieuwe land bracht de Noormannen er toe in 911 het aanbod van Karel de
Eenvoudige aan te nemen en zich in zijn land te vestigen (akkoord van St. Clair sur
Epte). De voorwaarden waren dat zij hun nieuwe woonplaats tegen andere
Vikingen zouden verdedigen, dat ze tot het christendom zouden overgaan en
de rest van Francia met rust zouden laten. Het land werd naar hen
Normandië genoemd en een van hun aanvoerders,
Een opstand van de Franse groten tegen |
|
Toen in 923
Robert sneuvelde in de slag bij Soissons, werd hij opgevolgd door
zijn schoonzoon Rudolf was de oudste zoon van hertog Richard l van Bourgondië (918 - 921) en Adelheid van Auxerre. In 918 verwierf hij Bourges van Willem II van Aquitanië. In 921 volgde hij zijn vader op als hertog van Bourgondië en als lekenabt van de H. Germain van Auxerre en de H. Colomba. Als schoonzoon van koning Robert van Frankrijk volgde hij Robert in 923 op als koning van West-Francië en werd hetzelfde jaar gekroond in Soissons. Al gauw barstte er een strijd los tussen de nieuwe Franse
koning en de Duitse koning Rudolf moet optornen tegen de Noormannen,
die Karel
de Eenvoudige steunden en moest Nantes
aan hen afstaan. De Noormannenvorst Rudolf was gehuwd met Emma
van Neustrië,
de dochter van koning |
![]() |
![]() |
Na zijn dood in 936 werd Lodewijk,
de zoon van Karel lll door de adel, met aan het hoofd Hugo
de Grote (een zoon van Links: Kroning van |
|
Lodewijk lV was niet bij machte
efficiënt de invloed van de Duitse koning Alhoewel hij zijn best deed om goede betrekkingen met de adel te
hebben, werd zijn regering gekenmerkt door conflicten met de adel, vooral
met Hugo de Grote, de graaf van Parijs.
In 939 kwam hij
in conflict met keizer Otto
I van het Heilige Roomse Rijk over Lotharingen,
maar huwde toen met een zuster van Otto, Gerberga van Saksen (914–984).
Zij hadden twee zonen en een dochter
|
|
rechts: Hugo Capet |
![]() |
|
laatst bijgewerkt: 25-07-02 |