| 5034 | Benedictus van Nursia (ca. 480 - ca. 547) |
| Benedictus van Nursia werd ca. 480 in Italië geboren als zoon van een vrome aristocraat. Als jongeman leefde hij een streng kluizenaarsleven in Subiaco, in de Appenijnse heuvels ten oosten van Rome. Om ordening te brengen onder zijn vele volgelingen, stichtte hij twaalf kloosters, ieder voor twaalf monniken en een abt. De monniken moesten leven volgens de regels die voor een deel naar eigen inzichten had opgesteld en deels ook had overgenomen van zijn voorgangers Augustinus, Cassianus, Basilius en Pachomius. De monniken moesten zich onderwerpen aan een evenwichtige, dagelijkse routine van gebed en lichamelijke arbeid. Door te werken als boeren en ambachtslieden moesten zij zich voorzien hun dagelijkse, zeer eenvoudige, levensbehoeften. De monniken kozen hun eigen abt en dienden hem te gehoorzamen in alle wereldse en geestelijke zaken. In de gelofte die de monniken aflegden moesten zij beloven tot hun dood te leven in armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. | ![]() |
![]() |
In 529 stichtte hij op de Monte Cassino, een heuveltop tussen Rome en Napels,
het klooster dat bekend stond als het eerste Benedictijner klooster. en
daar schreef hij zijn regel. Alles schreef Benedictus voor: de tijden van
voor gebed en werk, zelfs de hoeveelheid eten en drinken wordt aangegeven.
Een monnik mocht niets in eigendom bezitten en kreeg naar behoefte. Niemand had een vaste taak, zodat niet één persoon prat kon gaan op een prestatie en hoogmoedig werd. Iedereen had dezelfde dagindeling en droeg dezelfde kleren.
Van de eerste kloosters die door
Benedictus' volgelingen
werden gesticht ontkwamen er slechts een of twee aan het oorlogsgeweld
in de tweede helft van de zesde eeuw. Nadat Benedictus in 580 voor de
Lombardische plunderaars was gevlucht, stichtten de monniken van Monte
Cassino een nieuwe gemeenschap in Rome. Een van hen werd later (in 590)
paus en werd bekend als |
|
Benedictus wordt
algemeen beschouwd als vader van het kloosterleven in de Latijnse
(westerse) Kerk. Volgens een andere versie van hetzelfde verhaal, kreeg Benedictus verfigtigd brood aangereikt. Een plotseling opdoemende raaf wist het brood echter weg te grissen vóór Benedictus kon toetasten. Niettemnin gaf
Benedictus zijn leiderschap op. Met enkele trouwe volgelingen (12 stuks)
trok hij zich opnieuw terug in de wildernis van Subiaco. |
![]() |
![]() |
|
|
Door te werken als boeren en ambachtslieden moesten zij zich voorzien hun dagelijkse, zeer eenvoudige, levensbehoeften. Een monnik mocht niets in eigendom bezitten en kreeg naar behoefte. Niemand had een vaste taak, zodat niet één persoon prat kon gaan op een prestatie en hoogmoedig werd. Iedereen had dezelfde dagindeling en droeg dezelfde kleren |
![]() |
|
De monniken kozen hun
eigen abt en dienden hem te gehoorzamen in alle wereldse en geestelijke
zaken. In de gelofte die de monniken aflegden moesten zij beloven tot hun
dood te leven in armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. De monniken moesten
zich toeleggen op 'ora et labora', waarmee het bidden en de handenarbeid
bedoeld wordt. Het bidden werd gedaan door acht maal per dag deel te nemen
aan het koorgebed. Ten slotte moesten de monniken zich bezighouden met de
lectio divina, het mediterend lezen van de Bijbel en de Kerkvaders. De regel van
Benedictus is een zegen voor het religieuze leven gebleken. Hierdoor
verspreidde de orde der Benedictijnen, zoals ze naar Benedictus zouden
gaan heten, zich in hoog tempo over heel Europa. Dit gebeurde zowel door
het invoeren van de regel in reeds bestaande kloosters als het stichten
van nieuwe kloosters. Zo is Benedictus ook de patroon van Europa geworden. Monte Cassino is een Benedictijner abdij, een van de drie kloosters gesticht door Benedictus van Nursia. Het klooster ligt op een rots, 519 meter boven het plaatsje Cassino in de regio Latium of Lazio, tussen Rome en Napels, en is gebouwd op de ruïnes van een Romeinse versterking; municipium Casinum . |
![]() |
Toen Benedictus er aankwam was de regio nog niet bekeerd. Volgens de legende zou Benedictus het Apollo-altaar hebben afgebroken en er een kapel hebben gebouwd; de basis was gelegd. Monte Cassino zou geen eenvoudig leven zijn beschoren. Aanvankelijk was het niet meer dan een toren en een kapel, maar al snel werd het klooster steeds groter en kwam het onder bescherming van diverse machtige heersers te staan. Tijdens het leven van Benedictus ontstond hier de bekende regel voor monniken. Hij verrichtte er ook verscheidene mirakelen. Later zou het klooster verscheidene malen ten prooi vallen aan oorlogen en heersers, waardoor het ondertussen al vier keer is herbouwd. |
| Ook als bedevaartsoord is het klooster sinds eeuwen zeer populair; zeker
nadat Benedictus, die in de crypte begraven ligt, heilig werd verklaard. Omstreeks 577 werd de abdij verwoest door de Longobarden van Zotone, hertog van Beneventum, maar in de achtste eeuw gaf Paus Gregorius II de opdracht om de abdij te herbouwen. In 787 bezocht Karel de Grote het klooster en verleende de abdij verscheidene privileges; hij was een vriend van Paus Gregorius VII. De Basiliek werd opnieuw gebouwd en vele manuscripten zagen het daglicht, evenals mozaïeken. In 1349 werd het klooster door een aardbeving getroffen. Alleen een paar muren getuigden van het prachtige gebouw dat abt Desiderius verwezenlijkte. Ook tijdens WOII werd de prachtige abdij niet gespaard, ondanks de moeite van zoveel monniken. Op 15 februari 1944, tijdens de laatste dagen van de oorlog, bevond Monte Cassino zich in de vuurlijn van de twee legers: in dit gebouw van rust, vrede en gebed hadden honderden mensen er een schuilplaats gevonden. Binnen drie uur tijd zou dit hun laatste rustplaats worden. De laatste heropbouw duurde meer dan een decennium en werd volledig gefinancierd door de Italiaanse staat. Na zoveel eeuwen blijft de abdij van Monte Cassino een symbool van de wortels van het westers kloosterleven. Het is een groot klooster en ondanks de ruimtelijke beperking omvat het complex een kerk, kapittelzaal, dormitorium, refectorium, keuken, cellarium of voorraadkamer, novicencel, vestiarium of garderobe, oud en nieuw infirmarium of ziekenboeg en het palatium. Van het oorspronkelijke complex zijn alleen de door de kunstschool van Beurone beschilderde crypte (1889-1913) en de graven van Benedictus en zijn tweelingzuster, de heilige Scholastica, bewaard gebleven. |
|
|
Spinello Aretino (ca.
1350-1410), De heilige Benedictus wekt een onder het puin bedolven
medebroeder weer tot leven, ca. 1387 fresco
Spinello Aretino schilderde in de sacristie van de San Miniato al Monte de frescocyclus over het leven van de heilige Benedictus. Dit fresco van de wederopstanding van een onder puin bedolven medebroeder door de heilige Benedictus toont door de landschapsperspectief, de in die tijd gebruikelijke architectuur- en natuurweergave en -de plaatsing van de figuren in de ruimte hoeveel Spinello nog ongeveer vijftig jaar na de dood van Giotto aan zijn voorbeeld verplicht was. Een vergelijkbare overtuigingskracht in de beeldtaal bereikt hij echter niet. |
|
Gemaakt: 18-04-05 |