5582

Alexianenklooster in Gouda

Kloosters in de Middeleeuwen
Gouda was van oudsher een echte kloosterstad. Er waren 13 kloosters gevestigd, waarvan er nog maar een paar restanten over zijn, verspreidt door de stad.  Het Alexianenklooster Emmaüs op een steenworp afstand van de St. Jan, is het enige kloostergebouw, dat nog vrijwel compleet is overgebleven. Het is één van de oudste gebouwen in Gouda.

De Congregatio Fratrum Alexianorum Cellitarum of kortweg de Broeders Alexianen genaamd, is de naam van een kloostergemeenschap van ziekenbroeders. Ze stonden oorspronkelijk bekend als cellebroeders, cellieten en arme broeders. De Alexianen hadden de regels van Augustinus aangenomen en vernoemden zich naar de Heilige Alexius van Edessa (gestorven rond 430), een Romeins edelman, die zijn huis verliet en een bedelend bestaan ging leiden. Alexius geldt als de patroonheilige voor pelgrims, bedelaars, vagebonden en zieken en beschermer tegen aardbevingen, onweer en bliksem, de pest en andere epidemieën. De Alexianen leefden net als Alexius in grote armoede van giften van de gemeenschap. Ze hielden zich bezig met het verzorgen en begraven van de pestlijders van Gouda. De Alexianen droegen een zwarte tuniek, zwart scapulier met capuchon en een leren gordel. De Alexianen zijn in de dertiende eeuw ontstaan uit de beweging van de begarden. Omdat de Alexianen uitsluitend de eenvoudige gelofte afleggen, is hier geen sprake van een kloosterorde in strikte zin, maar van een congregatie. 

In 1395 kochten de Broeders Alexianen een stadsboerderij, gelegen aan de Roosendael. Dat het hier waarschijnlijk om dit complex gaat, valt onder meer op te maken uit het feit, dat de straat die tegenover de Groeneweg, aan de overkant van de Tiendeweg, ligt, Rozendaal heet.

In 1464 werden de Alexianen, of Cellebroeders een officiële orde en bouwde men een kapel. Dit is het deel van het complex, dat naast de parkeerplaats staat. Het bevatte vroeger een aantal boogramen, waarvan restanten nog steeds in sommige woningen aanwezig zijn. De ramen bestonden waarschijnlijk uit kleurloze, vierkante stukken glas in lood en werden afgedekt met houten luiken. De vloer was bedekt met rode tegeltjes). Hoe het plafond eruit zag, is niet bekend, maar als we kijken naar andere kerkelijke bouwwerken uit dezelfde periode, is een houten tongewelf het meest aannemelijk.

Rechts: Alexius van Edessa

In 1536 werd het complex uitgebreid met een woonvleugel en drie kleine huisjes, waar de keuken zich bevond. Deze vleugel bestaat nog steeds en bevindt zich aan de Groeneweg-zijde. Op een 3 meter diepe kelder bevonden zich twee verdiepingen. Op elke verdieping bevonden zich een aantal grote zalen en waarschijnlijk ook een trappenhuis. Of er in deze zalen kleine slaapruimten (cellen) voor de monniken zaten, is niet bekend, maar wel mogelijk. Hier is echter nergens iets van terug te vinden. De plafonds zijn gemaakt van balken, waar vloerplanken op rustten. Dunne platen hout hielden zand en stof tegen. Veelal werden de ongeverfde balken versierd met wijnrankschilderingen in witte verf. De muren waren wit en op diverse plaatsen voorzien van schilderingen. De vloeren waren bedekt met drie lagen tegels: eerst een laag leisteen, om het vocht tegen te houden, dan een laag zandsteen en daarboven op kleine grijze kleitegeltjes.

Een andere bijnaam voor de Alexianen was Lolaerden', een naam die ze stevig in ere hielden. In plaats van dat ze een ingetogen leven leidden en de toegang voor vrouwen tot het klooster verboden was, leefden de Goudse monniken zich uit in drinkgelag, vechtpartijen en het zo ongeveer uitbaten van een bordeel. Er is zelfs melding gemaakt over de moord op een monnik. In het Belgische Mechelen klaagden de vrouwelijke Begijntjes zich stevig over hun Alexianer' buren, omdat dezen steeds met hun bootje onder de toilethut doorvoeren, als er een Begijntje op de pot zat! Een losbandig groepje monniken dus...

Door allerlei van dit soort relletjes nam het aantal monniken steeds meer af en in 1572 waren er nog maar twee kloosters overgebleven. Toen de Geuzen in datzelfde jaar de stad innamen voor Willem van Oranje, werden alle kloosters gesloten en verdwenen de broeders en zusters uit Gouda.

Lang heeft de congregatie van Alexianen in Gouda niet bestaan, want in 1573 namen de Geuzen Gouda in en werden alle kloosters gesloten.

In 1578 trok de Latijnse school (tegenwoordig het Coornhert Gymnasium geheten), na een grondige verbouwing in, waarna beroemde mensen als E.W. Schimmelpenningh, Allard Pierson en de befaamde dichter A.C.W. Staring kregen er les naast klasgenoten uit o.m. Londen en Parijs

In 1849 bleek het gebouw te klein en verhuisde de school een paar honderd meter naar het zuiden. Het gebouw zelf werd betrokken door de "Werkinrichting tot Weering der Bedelaardij". Hier konden de armsten van Gouda werkzaamheden verrichten, in ruil voor een maaltijd. Rond 1870 werkten alleen inwonende mensen er nog maar en in 1923 werd het een bejaardentehuis.

In 1977 werd het oude gebouw verlaten en vestigden de ouderen zich in de nieuwbouw, die zich achter en naast het pand bevindt. Na een periode van verval, werd het pand eind 1982 benoemd tot rijksmonument, grondig gerestaureerd en verbouwd en op 19 januari 1984 geopend als wooncomplex voor jongeren.

Gemaakt: 13-01-04; laatst bijgewerkt: 07-03-08

colofon