|
5380 |
Graafschap Holland (1157-1190) - Floris lll |
Dirk Vl
werd opgevolgd door zijn zoon Floris lll (1157-1190). Hij
was een trouwe bondgenoot
van
keizer Floris lll boekte in het noorden successen tegen de Friezen die woonden in het hele kustgebied van Holland en voortdurend invallen deden in het gebied van de graaf. In 1161 sloot hij met hen een verdrag. In 1162 gaf hij, tijdens een plechtigheid in de abdij
van Egmond, de kerk van Vlaardingen terug aan de opvolger van de Egmondse abt.
Bij deze plechtigheid werd de ban die over hem was uitgesproken, opgeheven en
werd mogelijk ook zijn huwelijk met Ada van Schotland, de zuster van de
Schotse koning In 1165 laaide de oude strijd met de West-Friezen weer op. Herhaaldelijk trokken de West-Friezen ter strooptocht het Kennemerland binnen, hetgeen Floris dan weer noodzaakte tot een strafexpeditie. Bij een van deze veldtochten, in de winter van 1168, liep een deel van het leger van de graaf bij Schagen in een hinderlaag. In 1166 raakte Floris lll in oorlog met de Vlaamse graaf Filips van de Elzas over Zeeland-bewester-Schelde. Daarbij werd hij gevangen genomen en moest hij in 1167 het voor hem zeer nadelige Verdrag van Brugge sluiten. In 1164 werd Holland getroffen door een grote overstromingsramp. Veel nederzettingen, zoals Sloten, Durgerdam en Schellingwoude werden verplaatst naar hogere delen: Durgerdam en Schellingwoude aan de dijk langs de Zuiderzee. Sloten een stuk verder naar het westen. Veel Hollandse boeren trokken naar het noorden van Duitsland (de streken rondom Bremen en Hamburg en naar de moerassige gebieden langs de Elbe en de Wezer) om daar een nieuw leven te gaan beginnen. |
|
Als dank voor zijn steun aan keizer Frederik Barbarossa kreeg Floris lll in 1179 het recht om bij Geervliet tol te mogen heffen. Op de plaats waar de rivieren Maas en Merwede tezamen kwamen liet hij een stevige houten burcht bouwen. Deze burcht werd het centrum van het Hollandse tolsysteem. Vlakbij deze burcht ontstond een kleine nederzetting: Dordrecht. Deze nederzetting groeide uit tot een belangrijke handelsstad. Floris lll en zijn opvolgers wilden het tolsysteem waterdicht te maken, zodat geen schip meer de mondingen van de rivieren kon passeren zonder dat er tolgeld was betaald. Dat lukte pas toen de graaf aan het eind van de 12e eeuw de graaf zich meester had gemaakt van het gebied ten oosten van Dordrecht: de Grote Waard. |
Dankzij de invloed van keizer Barbarossa werd zijn jongere broer Boudewijn in 1178 aangesteld tot bisschop van Utrecht. In 1184 gelukte het Floris lll de Westfriezen van Wieringen tot Texel aan zich te onderwerpen. De
invloed van Floris lll in het Utrechts bisdom was niet naar de zin van graaf Hendrik
de Jongere (1131 - 1178) van Gelre. Om de macht van deze graaf te beteugelen sloot Floris
lll een
bondgenootschap met de graaf van Cleef. Dit bondgenootschap werd nog eens
bekrachtigd door een huwelijk met twee kinderen van Floris, Margaretha (in
1182) en Dirk (in 1186), die beiden met kinderen van de graaf van Cleef
huwden. De graaf van Gelre werkte met succes aan goede contacten met het
aartsbisdom in Keulen, om niet door het samenwerkende Utrecht en Holland
te worden opgeslokt. Ook had hij goede contacten met de proosten van
Emmerik, Deventer en Xanten, die allemaal binnen de invloedssfeer van
Gelre lagen. In 1179 brandde er een strijd los tussen de opvolger van
Hendrik, Gerhard lll en bisschop Boudewijn, waaraan dankzij ingrijpen van
keizer In 1184 maakte Floris lll een pelgrimsreis
naar Jeruzalem. Samen met keizer In 1187 roofde bisschop Boudewijn met zijn broers Floris III en Dirk III van Kleef (1173-1202) opnieuw op de Veluwe en bracht de buit naar Deventer. Floris III viel vanuit het westen de Veluwe binnen, terwijl Dirk III het Gelderse gebied vanuit het oosten introk. Opnieuw was het gezag over de Veluwe de inzet. Het zag er beroerd uit voor Gelre. Graaf Otto I vroeg zijn machtige vrienden de aartsbisschop van Keulen Philips van Heinsberg, de hertog van Lotharingen en hertog Godfried III van Brabant om hem te helpen het de bisschop moeilijk te maken. De goede relaties met Keulen van zijn vader bleken van doorslaggevende betekenis. Er werd een groot leger op de been gebracht, vele malen groter dan die van Otto's tegenstanders. Overeenkomstig de beproefde tactiek van zijn broer Gerhard III viel Otto I Deventer aan. Zutphen zal waarschijnlijk opnieuw als uitvalsbasis hebben gediend. Uiteindelijk bleef de strijd onbeslist. De reislustige keizer verbleef in deze tijd van strijd toevalligerwijs in de Rijnstreek en hij kwam tussenbeide. Hij kende de Veluwe voorlopig aan Otto I toe, totdat op de eerstkomende Rijksdag in Mainz een definitieve uitspraak zou worden gedaan. In 1188 werd deze voorlopige beslissing door de keizer bekrachtigd. In 1189 nam Floris lll ideel aan de Derde Kruistocht. Keizer Barbarossa overleefde deze kruistocht niet en ook graaf Floris lll stierf niet lang na hem op 1 augustus 1190 en ligt nu broederlijk naast de keizer in Tyrus (Libanon) begraven.
laatst bijgewerkt: 25-03-05 |