5671

Sneek (ca. 1050 - 1500)

Sneek op de kaart van Willem en Joan Blaeu in 1652

Sneek (Snits)
is ontstaan op de overgang van het kleigebied van Westergo en het ten zuiden daarvan gelegen lage veengebied. Het gebied rond Sneek is waterrijk en moerassig. Ten noorden van Sneek zijn resten gevonden van oude terpen, aardewerk en munten. Dit is een bewijs dat al in de eerste eeuwen van de jaartelling hier kleine nederzettingen zijn geweest. (z. frisii

De oorspronkelijke naam van Sneek was Ter Snake, wat "op de landtong" betekent. Die landtong lag in de voormalige Middelzee, een zeearm die was ontstaan in de derde eeuw na Christus, toen het zeewater grip op de veengebieden kreeg. Omstreeks 500 maakte de Marne contact met de Middelzee en werd Westergo een eiland. Na het ontstaan van de Zuiderzee verlandden de Marne en Middelzee en door diverse inpolderingen ontstonden tussen 1000 en de 1800 de Nieuwlanden en Het Bildt. 

Uit de vroegste overleveringen is bekend, dat Sneek in de elfde eeuw al bestond. De stad is ontstaan rond de kerkterp die toen werd opgeworpen bij een knooppunt van waterwegen en op de grens van het kleigebied van Westergo en het ten zuiden daarvan gelegen lage veengebied. Op de terp werd een kerkje gebouwd gewijd aan St. Maarten (Martinus van Tours). Deze Martinikerk staat nog steeds in het hart van de huidige stad Sneek. 

De aangelegde waterloop de Neltjeszijl ontwikkelde zich tot de belangrijkste passage voor het waterverkeer. Rond deze sluis, die heel dicht bij de hiervoor genoemde kerkterp lag, ontstond een handelsnederzetting. Van hieruit groeide het kerkdorp Sneek uit tot een handelscentrum voor de regio. De in die periode verworven stadsrechten werden in 1456 officieel vastgelegd.

In de Middeleeuwen sloeg het zeewater van de Middelzee, tot Sneek reikende, grote stukken van het laagveen weg, maar door langzame aanslibbing werd daar in rustige tijden zware zeeklei voor in de plaats afgezet. De stad ligt op de grens van deze afzettingen en de nauwelijks door het Middelzeewater beroerde veengebied die met een dunne, kalkarme laag klei bedekt is.

Na de bedijking van de Middelzee groeide de betekenis van Sneek. De natuurlijke waterloop, de Woudvaart, had in Sneek door de Hemdijk een hindernis. De Woudvaart , wat gold als belangrijkste waterverbinding van Westergo naar het zuidwesten van Friesland, was van grote betekenis. Op de kruising van water en dijk groeide de verkeersdrukte. Om de stand van het water te kunnen beheersen en het verkeer zo weinig mogelijk te hinderen kwamen bij Sneek een aantal zijlen in de dijk. Aanvankelijk was de Neltjeszijl, nu nog aanwezig onder het smalste huis van de noordelijke gevelwand van het Schaapmarktplein, de belangrijkste.

De oorspronkelijke Martinikerk werd gebouwd in de 11de eeuw en is gemaakt van tufsteen. Zo rond 1300 werd de kerk vergroot en kreeg drie torens. Er werd ook een houten klokkentoren gebouwd (1489) met luidklokken. In 1498 werden het koor en het schip vernieuwd in gotische stijl. 
In 1681 stortte het Romaanse westfront in elkaar en werden de torens afgebroken.
In de kerk heeft de legendarische Friese vrijheidsstrijder Grutte Pier (Grote Pier) waarschijnlijk zijn laatste rust gevonden. De fundamenten van het oorspronkelijke kerkgebouw zijn in het plaveisel van het Oud Kerkhof aangegeven.

Martinikerk voor 1681

Rond 1250 was Sneek nog maar een klein dorp, maar de stad groeide snel en werd in 1294 verheven tot een stad. De stad werd toen omgeven door vestingwallen en grachten.

De omvang van de stad was veel kleiner dan de huidige binnenstad. De westelijke en noordelijke binnenstadsgrenzen zijn nauwelijks veranderd, maar aan de oost-en zuidzijde verliepen die tot de vijftiende eeuw nog langs de Polle, Potterzijlen, Singel en Hoogend. De grachtenreeks (gedempt in de vorige en deze eeuw) was daar oorspronkelijk buitengracht. Alles wat nu zuidelijk en oostelijk daarvan ligt, behoort tot de stadsuitbreidingen van het einde van de vijftiende eeuw. Toen werden deze gebieden binnen nieuw gegraven stadsgrachten opgenomen. Hierdoor heeft de stad de vorm gekregen waarbinnen de ontwikkelingen tot de negentiende eeuw geklemd bleven, de hartvorm die aan de ringgracht om de oude binnenstad nog volledig te herkennen is.

In de periode van 1450 tot 1550 beleefde Sneek zijn "gouden eeuw". Er was toen sprake van een fraaie handelsstad met grachten, wallen en muren. Binnen de muren lagen de stinzen van verschillende Friese edellieden en langs de grachten verrezen huizen van rijke kooplieden.

Stadswallen

Door het opbloeien van de handel groeide Sneek uit en reeds aan het eind van de 13de eeuw werd de bebouwing omringd door een grotendeels gegraven stadsgracht (1294?). Van de oudste omwalling is weinig bekend. De eerste verdedigingsgracht is in het westen en noorden terug te vinden in de nog bestaande stadsgracht (Westersingel en Prins Hendrikkade). Het zuidelijk deel was het huidige Hoogend en het oostelijk deel de Singel.

Het toenemend belang van Sneek liep in 1456 uit op de codificatie van het stadsrecht in het zogenaamde Stadboek.

Friesland werd in die tijd geteisterd door gruwelijke partijtwisten. Het Schieringer Sneek voelde de noodzaak de stad beter te kunnen verdedigen tegen de Vetkopers die de stad Groningen hadden ingeschakeld en Oostergo reeds beheersten. De belangenstrijd van maatschappelijke groeperingen werd nog eens vertroebeld door bemoeienis van buitenaf. Zo trachtte ook de graaf van Holland grip op Friesland te krijgen. Wegens deze bedreiging werd een behoorlijke stadsverdediging een dringende noodzaak. In 1490 werd besloten om welgestelde burgers een belasting te laten betalen voor de verbetering van de stadsverdediging waarna werd begonnen met de bouw van de Oosterpoort die het nieuwe oostelijke stadsdeel ter weerszijden van de dijk moest beschermen. Maar dit was niet genoeg. Aan de noordoostzijde, waar het land juist het hoogst was en waarvandaan vijandelijke aanvallen te verwachten waren, was een belangrijk stuk stadsrand nog onbeschermd. Van die zijde werd ook de bedreiging van de Groningers gevreesd.

In de tweede helft van de zestiende eeuw werd de stad omringd met een dikke stenen stadswal. Alleen aan de noordoostzijde was de grond stevig, voor het overige was de stadsomtrek nogal moerassig. Maar een stenen muur was erg kostbaar. Toch was een goede verdediging van de stad erg belangrijk. Aan de noordoostzijde, waar een vijand de stad het best kon benaderen, werd bovendien de verdedigingsgracht verdubbeld. Zo werd Sneek de enige ommuurde stad van Friesland. Het was geen gewone muur, maar de bestaande wallen werden bekleed met een twee steen dikke muur. Daar bovenop werd een hoge borstwering geplaatst waardoor de verdedigers gedekt waren tegen vijandelijk vuur en zelf goed vuur konden geven. 

Op zekere afstand van elkaar waren uit het muurwerk springende torens aangebracht. Lage vierkante rondelen voor uitzicht en flankvuur. Bij de noordelijke en oostelijke ingangen van de stad waren landpoorten met torens gebouwd. Het moet een indrukwekkend geheel gevormd hebben, maar het was bij de snelle ontwikkeling van de aanvalswapens ook een spoedig achterhaalde soort vesting. De Snekers hebben geen aanval of beleg meer hoeven doorstaan, maar zelfs zinder agressieve vijanden was het muurwerk moeilijk in orde te houden. 

De oorsprong van de beroemde Sneker Waterpoort  ligt rond 1492, het jaar waarin werd begonnen met de aanleg van de grachtengordel en het opwerpen van een aarden verdedigingswal rond de stad. Over de wateren waarlangs schepen de stad konden binnenkomen, werden stenen pijpen aangelegd. De Hoogendster pijp kreeg in 1613 een fraaie bovenbouw: deze Waterpoort groeide uit tot hét beeldmerk van Sneek.  

Halverwege de zeventiende eeuw werd de gebouwde Waterpoort hersteld na dreiging van het Duitse Munster. Daarna ging het met de verdedigingswerken van Sneek bergafwaarts. In 1707 zijn er voor het laatst meldingen te vinden van herstel van de muur. Iets later werd het muurwerk geleidelijk aan weggebroken. Langs de Kerkgracht is nog een klein deel van het oude bolwerk te zien. De stenen werden verkocht en de wallen beplant. De grachtengordel, die Sneek moest beschermen tegen indringers, is nog wel geheel intact. 

Gemaakt 04-02-04; laatst bijgewerkt: 17-12-08

colofon