| 6714 | Rakhine (Arakan) - Mrauk U dynastie (1430 - 1784) |
![]() |
Links: Mrauk U bij zonsopgang vanaf de Shwetaung (Shite-thaung) pagoda (maker: Jmhullot, 2009, Wikipedia) |
|
Na de val van Bagan
in 1287 had het koninkrijk Rakhine (Arakan) in het westen van Birma
aan de Golf van Bengalen zich weer onafhankelijk verklaard. Vervolgens werd
deze kuststrook het toneel van de machtsstrijd tussen Inwa en
Bago, die het
gebied wisselend beheersten. De rechtmatige koning
Zijn opvolgers verleenden Portugese avonturiers handels- en
grondconcessies in ruil voor Portugese militaire bijstand en hulp bij het
aanleggen van vestingwerken. Dankzij deze hulp kon koning Aan het einde van de 16e eeuw plunderden de inwoners van Rakhine het Mon-rijk Bago en heersten ze korte tijd over de delta van de Ayeyarwadi. Vanaf de kust van Rakhine controleerde de vloot van Mrauk U met Portugese hulp de zeeroute van India naar Achter-Indië en werden er plundertochten ondernomen naar Bengalen, India en naar Bago, de hoofdstad van de Mon. Gedurende 350 jaar werd de stad niet verslagen. Vanaf 1628 bracht de augustijner missionaris Sebastien Manrique door in Mrauk U en schreef over de legendarische rijkdom van Rakhine en zijn bewoners een uitvoerig verslag. Het paleis van de koning - zo schreef hij - was opgetrokken uit gelakt en verguld teakhout. Ander bouwmateriaal was sandelhout dat een spirituele geur verspreidde. In het "Gouden Huis" stonden beelden en ornamenten van puur goud bezet met edelstenen. De bloeiperiode zou echter van korte duur zijn. Terwijl Arakan zich in de zestiende eeuw uitbreidde naar Oost-Bengalen, rukte het Indiase Mogul-keizerrijk op naar West-Bengalen. Op deze confrontatie volgde een oorlog die uiteindelijk negentig jaar zou duren. Daarbij delfden de koningen van Arakan het onderspit.
|
Koningen van de Mrauk U
dynastie |
|
| 1430 - 1434 | ||
| Minkhari | 1434 - 1459 | |
| Basawphyu | 1459 - 1482 | |
| Dawlya | 1482 - 1492 | |
| Basawnyo | 1492 - 1494 | |
| Ran-Aung | 1494 | |
| Salingathu | 1494 - 1501 | |
| 1501 - 1523 | ||
| Gazabadi | 1523 - 1525 | |
| Minsaw-o | 1525 | |
| Thasata | 1525 - 1531 | |
| 1531 - 1553 | ||
| Dikha | 1553 - 1555 | |
| Sawhla | 1555 - 1564 | |
| Minsekkya | 1564 - 1571 | |
| Minphalaung | 1571 - 1593 | |
| Minrazagyi | 1593 - 1612 | |
| 1612 - 1622 | ||
| Thiri Thudhamma | 1622 - 1638 | |
| Minsani | 1638 | |
| Thado | 1638 - 1645 | |
| Narabadigyi | 1645 - 1652 | |
| Sanda Thudhamma | 1652 - 1684 | |
| Thiri Thuriya | 1684 - 1685 | |
| Wara Dhammaraza | 1684 - 1692 | |
| Thamada | 1782 - 1784 | |
| Tijdens deze oorlog werden grote aantallen krijgsgevangenen gemaakt die later verhandeld werden als slaven. De belangrijkste afnemer was de VOC. Om controle te krijgen over de waardevolle specerijenplantages op de Banda-eilanden had gouverneur-generaal Jan-Pieterszoon Coen in 1621 naar schatting 15.000 mensen uitgemoord. Door deze massale slachting had de Republiek der Verenigde Nederlanden weliswaar ’s werelds enige bron van nootmuskaat en foelie in handen, maar waren er geen arbeiders meer om op de plantages te werken. De slaven uit Arakan boden uitkomst. Samen met de koningen van Arakan groeide de VOC zodoende uit tot de grootste slavenhandelaar van de zeventiende eeuw. Arakan bleek voor de VOC ook belangrijk voor de rijsthandel. Beide rijken profiteerden van de intensieve handelscontacten en het is niet ondenkbaar dat de Arakanese koningen dankzij de handel met de VOC de ondergang van hun rijk nog enigszins hebben kunnen uitstellen. Van 1608 tot 1682 onderhield de VOC in Rakhine (Arakan) een belangrijke handelspost. |
![]() |
Links: de de Koe-Thaung tempel (maker: Jmhullot, 2009, Wikipedia) |
|
Na jaren van verval werd Rakhine in 1784 veroverd door de Konbaung koning Bodwapaya en ingelijfd bij het Derde Birmaanse Rijk. Als oorlogsbuit nam hij onder meer de heilige Mahammuni Boeddha mee naar Amarapura. De Birmanen hebben het rijk maar enkele decennia kunnen bezetten. Aan het eind van de eerste Engels-Birmaanse oorlog werd Rakhine in 1826 een deel van het Britse rijk. Van de stad Mrauk U resten nu nog talloze pagodes en ruïnes die verspreid liggen over de heuvels. Van de omwalling van de stad rest nog de Letsekan poort. Mrauk U is nu slechts een gehucht met een paar honderd inwoners. |
|
laatst bijgewerkt: 26-04-10 |