2704

Longobardische Rijk (600 - 774)

  Italië (555-600); Byzantijnse Rijk (491-527); Byzantijnse Rijk (527-602)
Adelwald (Adoald) (616 - 626)

Vanaf omstreeks 600 ging het Lombardische volk geleidelijk over tot het Christendom. Tijdens het bewind van Adelwald (Adoald), de zoon van Agilulf, brak een opstand onder Ariaanse tegenstanders. 

Hij werd krankzinnig verklaard en vluchtte naar Byzantium. Daar werd hij later vermoord.

Ariwald (Ariowald) (626-636)

Na de dood van Adelbald in 626 kwamen er achtereenvolgens twee Ariaanse koningen op de troon: Ariwald (626-636) en Rothari (Hrodaharijaz = onverschrokken strijder) (636-652). Van de regeringsperiode van
Ariwald (Ariowald) is niet veel bekend. Hij sloot een alliantie met Dagobert I, koning van de Franken en wist zich succesvol te verdedigen tegen de Slaven. Zijn regeringsperiode eindigde in 636 met zijn dood.

Rothari (Hrodaharijaz) (636-652).

Hij trouwde met de weduwe van Ariovald, Gundeperga. Evenals zijn voorgangers perkte hij de macht van de Longobardische hertogen in en richtte hij zijn pijlen vervolgens op het Byzantijnse Rijk. Hij zette de verovering van Italië voort. Hij veroverde Liguria en verwoestte Ravenna. Tegelijkertijd werden de laatste bezittingen van het Byzantijnse Rijk in Zuid Italië )waaronder ook Sicilië) aangevallen. De veroverde gebieden werden niet verdeeld onder zijn hertogen maar vielen rechtstreeks onder de kroon.

De energieke Rothari werd Katholiek en toen de Longobarden zich begonnen te bekeren tot het Rooms-Katholicisme verdween het beletsel voor Romeinen en Longobarden om met elkaar om te gaan en konden zij ook met elkaar trouwen. Geleidelijk namen de Longobarden veel van de taal en cultuur van de Romeinen over en versmolten de twee bevolkingsgroepen. De Longobarden zijn echter nog lang als volk te onderscheiden geweest en hebben duidelijke sporen achtergelaten.

Kort voor zijn dood in 652 sloot Rothari een wapenstilstand met Byzantium.

 

Rodwald (Rodoald) 652

Rodoald, de zoon van Rothari volgde zijn vader op, maar werd na vijf maanden al vermoord.

  Grimwald (Grimoald) l (662-671.

Een machtshoogtepunt werd bereikt onder koning Grimwald (Grimoald) l. Eerst was hij hertog van Benevento

Van de strijd tussen de twee zonen van koning Aripert l (653-661) maakte hij gebruik om zich van de troon meester te maken. Met succes streed hij tegen de Franken, Byzantijnen, Avaren en Slaven. Na zijn dood ontstond er een strijd om de troonopvolging.

 

Heersers van de Longobarden

Agilulf 590 - 616
Adelwald (Adalwald) 616 - 626
Ariwald 626 - 636
Rothari 636 - 652
Rodwald (Rodoald) 652
Aripert l 653 - 661
Grimwald (Grimoald) 662 - 671
Perktarit 671 - 690
Kuninkpert (Kunincpert) 690 - 700
Raginpert en Liutpert 700 - 702
Aripert 702-712
Liutprand 712 - 744
Ratchis 744 - 749
Aistulf 749 - 756
Desiderius 757 - 774
Italië was rond 700 ongeveer gelijkelijk verdeeld tussen Longobarden en Byzantijnen. De Byzantijnen behielden onder meer het gebied rond Ravenna (het exarchaat - dat o.a. ook Ferrara, Bologna en Ancona omvatte), Napels, Sicilië en delen van Calabrië en Apulië. Rome en Latium werden door de paus beschouwd als grondgebied van de Heilige Stoel, het zgn. Patrimonium Petri (ofwel erfgoed van Petrus), maar waren officieel ook Byzantijns. Dat laatste hield niet in dat de paus zich veel van de Byzantijnse keizer (de basileus) aantrok. Toen de Byzantijnse keizer de verering van beelden en afbeeldingen verbood (iconoclasme), verzette de paus zich rechtstreeks door de beeldenverering te blijven toestaan (731). Een gevolg daarvan was dat veel Byzantijnse monniken (basiliani, monikken van de Heilige Basilius) uitweken naar Italië. Zij vestigden zich langs de Ionische kust en in de rivierdalen van Zuid-Italië. Hun invloed op het economisch herstel in de volgende eeuwen was zeer groot. Zij ontgonnen land, bevordereden het herstel van de landbouw en produceerden voedingsmiddelen.

Een ander gevolg van het verzet van de paus tegen het iconoclasme, en daarmee tegen de Byzantijnse keizer, was dat hij de Byzantijnse steun in zijn strijd tegen de Longobarden verspeelde. Omdat de paus zonder hulp van buitenaf de Longobarden niet aankon, zag hij zich genoodzaakt toenadering te zoeken tot de tot de Franken. Die vochten op dat moment met alle macht om de Arabische opmars in Europa te stoppen en hadden toen voor de paus geen tijd. In 732 lukte het Karel Martel echter het Arabische leger te verslaan en was dat gevaar geweken.

Liutprand (712-744)

Liutprand streefde naar vereniging van Italië door onderwerping van de hertogen van Spoleto en Benevento en aanvallen op Ravenna en Rome. Hij slaagde daarin echter niet.

Vanwege de voortdurende dreiging van de Longobarden drongen de bewoners van de lagunes bij de Po er bij Byzantium op aan dat de militaire tribunen die tot dan toe over de lagune waakten, zouden worden vervangen door een doge met meer bevoegdheden. Met succes: in 697 werd Paolucio Anafesto tot eerste doge gekozen. Het bleef echter onrustig, want Venetië was het mikpunt van allerlei invallen. De doge trok zich terug in Rive Alto, in het meer beschermde deel van de lagune. Met de verplaatsing van de militaire bestuurszetel naar een van de eilanden van het toekomstige Venetië begon het proces waarbij deze verzameling kleine eilandjes opklom tot een zowel stedelijke eenheid als een grootmacht in het Middellandse-Zeegebied.

De Longobarden waren zeer bedreven in de edelsmeedkunst. Van hen zijn o.a. zee fraaie kruisen bewaard, die de christenen ten teken van hun geloof, droegen en die pas in de 8e eeuw als siervoorwerpen werden gezien. Verder vervaardigden de Longobarden metalen sieraden, zoals fibulae.

Ratchis (744 - 749)

Koning Ratchis besloot monnik te worden.

Aistulf (749-756)

In 751 veroverde zijn opvolger, Aistulf het Exarchaat Ravenna, waardoor er een eind kwam aan de Byzantijnse heerschappij over Midden-Italië. Paus Stephanus ll, voelde zich flink in het nauw gedreven. Op steun van zijn wereldlijk heerser, de Byzantijnse keizer Constantijn V, kon hij niet rekenen daar hij  met hem in conflict was wegens diens bestrijding van het vereren van heiligenbeelden. Bovendien had deze zijn soldaten hard voor zijn strijd in het oosten  tegen de Arabieren. Ten einde raad riep Stephanus daarom maar de hulp in van Frankische "barbaren": Hij had gewoon geen andere keus: het was óf overheerst worden door de Longobarden of onder bescherming komen te staan van de Franken. 

Links: Lombardisch steenreliëf van het altaar van Hertog Ratchis in Cividale. Het relief stelt voor de aanbidding der wijzen en dateert uit ca. 740.

Met het zegen van de paus mocht Pippijn de Korte, de zoon van Karel Martel, de laatste Merovingische koning Childerik III (743-751), die zonder feitelijke macht regeerde over Austrasië, Neustrië en Bourgondië, afzetten en zichzelf door de Frankische edelen tot koning laten uitroepen (751).  Pippijn kon al spoedig de Paus een wederdienst bewijzen. Toen Aistulf eiste dat de Romeinen belasting aan hem zouden afdragen, vroeg de paus tevergeefs de keizer van Constantinopel om hulp. Nu wendde hij zich tot de koning van de Franken. Pippijn nam de taak op zich om de paus en de kerk te beschermen en versloeg de Lombarden (756) Daarna dwong hij Aistulf de veroverde gebieden af te staan en schonk deze  - waarschijnlijk ingevolge een tevoren gemaakte afspraak, aan de Paus (Schenking van Pippijn, Donatio Pippini). Daarmee ontstond de Kerkelijke Staat. Pippijn werd de beschermheer van dat gebied en van de Heilige Stoel en kreeg de titel Patricius Romanorum, een titel die tot dan toe gevoerd was door de plaatsvervanger in Italië van de Byzantijnse keizer. 

De paus was door de stichting van de Kerkelijke Staat ook een belangrijk wereldlijk leider geworden. Maar wat nog belangrijker was: het pausdom werd verbonden met de Frankische koningen en hun opvolgers (de Franse koningen en Duitse keizers); een verbintenis die zou blijven bestaan tot het jaar 1870. De machts- en gezagsverhoudingen tussen de partijen werden echter niet duidelijk geregeld en dat zou de volgende eeuwen dikwijls tot spanningen leiden.

Voorlopig was de relatie tussen paus en koning echter opperbest. Beide partijen deden dan ook precies wat zij van elkaar verwachtten, of zelfs nog meer. De koning wierp zich op als beschermer van de paus en de paus legitimeerde de macht van de koning en bestendigde diens imago.

Desiderius (757-774)

Met Desiderius, de laatste koning van de Longobarden, stond Pippijns opvolger, Karel de Grote (768-814) aanvankelijk op goede voet. Hij huwde zelfs met diens dochter. Maar reeds na een jaar verstootte Karel zijn koningin. Desiderius zocht wraak en veroverde verschillende steden aan de Adriatische zee en rukte op naar Rome. Wederom riep de Paus de Franken te hulp. Met een sterk leger trok Karel de Alpen over, veroverde Pavia en maakte in korte tijd een einde aan het Longobardische Rijk (774). 

Desiderius werd opgesloten in een Frankisch klooster en het land van de Longobarden werd een vazalstaat van het Frankische rijk. Hierna kroonde Karel zich met de ijzeren Lombardische kroon te Pavia en noemde zich "koning der Franken en Longobarden". Hij vergrootte het pauselijke territorium met delen van Toscane en Spoleto, bevestigde de schenking van zijn vader Pippijn  Sindsdien bezocht Karel Italië nog verschillende malen om daar de toestanden te regelen en op te treden tegen misbruiken in staat en kerk.

Italië (744 - 855)

laatst bijgewerkt: 20-06-04

colofon