Dynastie der
Sassaniden (500 - 600)
Nadat
Chosroës ll (590-628) was verdreven door de
oproerige veldheer
Bahram Tsjobin, werd hij door keizer
Maurikios weer
naar zijn hoofdstad gebracht. Na de val van Mauritius in 602) verklaarde
Chosroës de oorlog aan de nieuwe Bijzantijnse heerser
Phocas, veroverde
daarop Perzisch
Armenië, maakte zich meester van Epiphania, Edessa, Antiochië en
Damascus en verwoestte hij de stad Jeruzalem (614).
Twee jaar later drong een Perzisch leger zelfs door
tot in
Egypte en bedreigden de Perzen de Byzantijnse hoofdstad Constantinopel. Daartegen kwam echter de Byzantijnse
keizer Heraclius in verzet. Hij bevrijdde Klein-Azië en versloeg in 627
een Perzisch leger op de grenzen van Iran. Toen de Byzantijnen in 627 Perzië veroverden, maakten zij voor het eerst kennis
met het suiker en het suikerbrood van de Perzen.Kavadh II (Qubad,
Ghobad
Sjeroe,
Siroes), de oudste zoon van
Chosroës, kwam echter tegen hem in opstand. Chosroës sloeg op de vlucht
en werd gedood (628).
Kavadh II sloot nu vrede met de Byzantijnen, waarbij
hij de veroverde landen teruggaf.
Kavadh II werd in 628 opgevolgd door zijn zevenjarige
zoon Ardasjir
(Ardeshir) lll, maar deze werd twee jaar later vermoord.
Er volgde nu
een periode van regeringsloosheid en burgeroorlog, die de laatste krachten
van de Perzen verteerde. In 632 (GWP 623) beklom
Yazdegird (Jezdegerd)
lll, de kleinzoon van
Chosroës ll de troon. Het van hem verwachte herstel van het rijk bleef
echter uit. Zijn leger werd in 637 aan de Eufraat bij Kadisiya (Kadesia) door de
Arabieren verslagen, waarna deze de hoofdstad Ctesiphon innamen. Hierna
volgde nog een definitieve slag bij Djaloela (Jalula) (638) in 641 bij Nehawend. Jezdegerd was
gedwongen te vluchten, eerst naar Zuid-Perzië en toen naar het
noordoosten in Chorassan, waar hij in Merw in 651 verraderlijk werd
vermoord.
|