5102

Mottekastelen

De opvolger van de ringwalburcht, werd het mottekasteel, een houten en later ook stenen versterking op een opgeworpen aarden heuvel van heuvel van zand en klei. de versterking bestond meestal uit een zware toren en ronde muren. Om deze motte groef men een gracht om het de aanvallers nog moeilijker te maken de versterking in te nemen.

 

Vaak ligt naast de motte een voorhof, die eveneens omgracht is en voorzien van een palissade op een aarden wal. Onneembaar is de motte niet. De berg is door belegeraars gemakkelijk te ondergraven zonder dat ze last krijgen van het grondwater.
Mottes worden alleen opgeworpen wanneer er geen natuurlijke heuvels zijn waarop de heer zijn woning kon bouwen, vandaar dat dit type in de Achterhoek voorkomt. In vele gevallen worden de hoven omgebouwd tot mottes. Soms komt de motte ter verdediging in de buurt van de hof te liggen, als de plek niet helemaal ideaal is. In de loop der jaren begint het zand te verzakken, instortingen komen dan ook geregeld voor. Ter versteviging legt men dan een ringmuur aan.

Tussen 1000 en 1200 werden de kruistochten gehouden om Jeruzalem te bevrijden. De Kruisridders zagen in het Oosten prachtige kastelen.Toen ze terugkeerden, lieten zij die namaken. Een mooi voorbeeld van zo'n kasteel is Château Gaillard in Frankrijk (z. foto links) De opvolger van het mottekasteel was het waterkasteel.

laatst bijgewerkt: 22-10-03

colofon