| 6883 | Sultanaat Mataram (Midden-Java) |
|
Aan het einde van de 16e eeuw herrees een nieuwe Mataramse dynastie op het grondgebied van het oude Hindoerijk Mataram op Midden-Java. Hoewel het nieuwe vorstendom islamitisch was hield het vast aan de oude Mataramse hofcultuur. Het rijk wist vanaf het begin van de 17e eeuw het grootste deel van Java te veroveren, maar werd in macht aangetast door de Nederlanders die vanuit Batavia opereerden. Na de dood van sultan Agung, de laatste sultan die de Nederlanders de oorlog verklaarde doch twee maal werd verslagen (1628 en 1629) werden Javaanse heersers uiteindelijk meer en meer afhankelijk van de Nederlandse koloniale heersers. Het instemmen van de Nederlanders in de vorming van koninkrijken op midden Java was eigenlijk een poging om de oorlogen een halt toe te roepen. Wat had zich namelijk afgespeeld : de alsmaar groeiende stroom Chinezen vanaf eind zeventiende eeuw, in combinatie met een teruglopende economie, veroorzaakte werkloosheid en misdrijf. Onderdrukking was het enige antwoord van de VOC en deze houding resulteerde in de verschrikkelijke slachtpartij van 1740. De overgebleven Chinese rebellen richtten hun aandacht op de belegering van verschillende langs de noord Javaanse kust gelegen steden, met succes. Dit leek de kans om zich te ontdoen van het VOC en Sunan Paku Buwana II van het hof van Kartasura sloot zich uiteindelijk aan bij het Javaans-Chinese rebellenleger. Verschillende steden werden ingenomen maar het was duidelijk dat de oorlog een keerpunt nam toen de belegering van Semarang mislukte. Na zware kritiek wendde Paku Buwana zich weer tot de VOC en vroeg vergeving voor zijn daden. Dit gedrag beviel de rebellen niet en zij richten hun frustratie af op zijn paleis in Kartasura in 1742. De Nederlanders versloegen uiteindelijk de rebellen en herstelde Paku Buwana II in zijn koningschap. Vanwege de verwoesting van zijn verblijf in Kartasura verhuisde Paku Buwana naar Surakarta en zo ontstond het hof van Surakarta.. Maar het was nog niet gedaan met de oorlog want de neef van de koning (Mas Said) en de halfbroer van de koning (Pangeran Singasari) vervolgde hun opstand en richten zich nu tegen Paku Buwana II en zijn opvolger Paku Buwana III. De situatie verslechterde toen ook de broer van de koning (Mangkubumi) zich bij de rebellen voegde. Na een bijna permanente burgeroorlog sinds de Chinese opstand begonnen de onderhandelingen tussen de verschillende partijen en sloot koning Mangkubumi in 1755 met de VOC het Verdrag van Giyanti, en verzoende zich met Paku Buwana III van Surakarta. Mangkubumi kreeg de helft van het koninkrijk en vestigde zijn hof in Yogyakarta. |
|
Hij regeerde onder de naam Sultan Hamengku Buwana I en de Javaanse dynastie had eindelijk een wijze en respectabele vorst in Yogyakarta. Het Mataram koninkrijk werd definitief gesplitst in twee hoven, de Susuhunan van Surakarta onder leiding van Paku Buwana III en de Kasultanan van Yogyakarta onder leiding van Hamengku Buwana I. De splitsing was slechts deel van de totale oplossing want ook Mas Said regeerde in zijn eigen gebied. Het was voor Mas Said duidelijk dat hij niet machtig genoeg was om het Mataram koninkrijk te veroveren en hij legde zich neer bij onderhandelingen met de Nederlanders. In 1757 resulteerde dat in de vestiging van het hof van Mangkunegaran Onderlinge geschillen en overheersing van het ene op het andere hof werd door de Nederlanders nauwlettend in het oog gehouden. In 1755 werd Mataram in twee delen opgesplitst. De rivaliserende vorsten vestigden hun hoven in Solo en Yogyakarta. |
![]() |
| Gemaakt: 07-01-09 |