 |
Rond 1000 - 1100 kwamen de eerste Maori's met een vloot kano's aan. Ze
brachten verschillende soorten planten en dieren met zich mee.
Bijvoorbeeld een kiore, een Polynesische rat die vetgemest een delicatesse
was en wortelgewassen als de yam en de kumara. De Maori's bouwden
nederzettingen, pa's, op grote stukken grond met daarop houten hutten en
voedselbewaarplaatsen. Ze verbouwden groenten en zoete aardappelen op
kleine akkers en gebruikten in plaats van dieren houten gereedschap om te
oogsten. In een pa bevond zich ook altijd een gemeenschapshuis, het
belangrijkste en mooiste gebouw waar werd vergaderd, gefeest, getrouwd en
gerouwd. De Maori's gebruikten voornamelijk hout om versieringen aan te
brengen en beeldden vaak goden en voorouders af. De stamleider en
priesters genoten de hoogste status en het leiderschap werd van vader op
zoon doorgegeven.
Op zoek naar meer land om voedsel te verbouwen, werden de Maori's
steeds oorlogszuchtiger en vonden er steeds vaker stammenoorlogen plaats.
Vanwege deze vijandigheid werden de pa's meestal op heuvels of gemakkelijk
verdedigbare eilanden gebouwd en beschermd met een aarden wal of houten
palen. Wanneer een territorium te klein werd, vielen ze gewoon een
nabijgelegen stam aan. Er werden wapens gebruikt van steen, hout of been.
De gevechten waren vaak bloedig en met de gevangengenomen vijanden werd
niet mals mee omgegaan: deze werden als slaaf gebruikt, of nog erger, ze
werden opgegeten..
|