10.484

Winkels in de volksbuurten van Amsterdam

In de volksbuurten, zoals de Jordaan, de Jodenbuurt, de Pijp, Kinker- en Staatslieden- en de Dapperbuurt) ontstonden aan het eind van de 19e eeuw eveneens winkelstraten. Meestal waren dit straten waar ook markt werd gehouden, zoals de Kinkerstraat, de Bilderdijkstraat en de J.P Heijestraat in de Kinkerbuurt, de Albert Cuijpstraat in de Pijp en de Dapperstraat in de Dapperbuurt. Er waren veel schoenenwinkels bij waar vooral solide werk- en jongensschoenen verkocht. "Vetleer" stond er bij als aanbeveling en de schoenenmagazijnen noemden zich bijna zonder uitzondring "Brabantsche Schoenhandel". Er waren echter nog veel kinderen die 's winters klompen droegen. Op de volksscholen werden die eenmaal per jaar gratis verstrekt aan de kinderen die ervoor in aanmerking kwamen. 

Slagerijen waren er ook veel. Een slager was in de 19e eeuw of ossenslager of varkensslager of "speksnijder". In elke winkelstraat was ook een manufacturenwinkeltjes te vinden en winkeltjes waar van alles wat te koop was. Deze winkels noemden zich vaak "bazar". De toonbank en de schappen langs de wanden waren er volgestouwd met allerlei kleingoed, speelgoed, vliegers, hoepels maar ook huishoudelijke artikelen.

In de zijstraten van de grote winkelstraten waren kleine werkplaatsen, karrenloodsen en kleine winkeltjes, zoals  "water- en vuur-winkeltjes". Niet in alle woningen was een aansluiting op het gas. Als de vrouwen dan de was wilden doen, kochten ze voor enkele centen in het "water- en vuurhuis" een emmer heet water. Je kon er ook voor een luttel bedrag een kooltje vuur kopen om het fornuis mee aan te maken.

Verder waren er ook heel wat snoepwinkeltjes, meestal in een keldertje of souterrain. Daar waren op simpele tafeltjes schoteltjes uitgestald met zure ballen, toverballen, dropjes, koningsbroodjes (kleine blokjes gezoet en geschaafd kokos en orne gekleurd, waarschijnlijk geïntroduceerd tijdens het kroningsfeest van 1898), verder pijpjes zoethout en tamarinde ("ouwemannetjesdrop"). Van al dat lekkers kreeg je voor 1 cent twee, drie of vier stuks. 

Verder waren er ook dierenwinkeltjes, waar kleine dieren werden verkocht, zoals katten, jonge hondjes, konijnen, duiven en cavia's. Vaak stond er op een bordje stond te lezen: "Hier sneit men katers". 

laatst bijgewerkt: 05-08-02

colofon