|
1065 |
Soemerische goden |
|
De Soemeriërs aanbaden verschillende
goden. Hun voornaamste god was Anu (An),
de vader van de hemel en de koning der goden.
De god Enlil was de heerser over het land en Heer der Winden. Hij veroorzaakte de stijging van het water in de rivieren en was ook de veroorzaker van de grote overstromingen. Ea was de god van de zee en de beschermer van de kunst en wetenschap. Hij was de vriend van de mensen en leerde hen het ambacht en de kunst van het lezen en schrijven. De god van Nippur Enlil werd om onbekende redenen de hoofdgod van het Soemerische pantheon ten koste van de god Anu die vooral in de stad Uruk vereerd werd. Veel later zou Enlil op zijn beurt verdrongen worden door Mardoek. De hoofdtempel van de stad werd É.kur (Tempel van de Berg) genoemd naar een van de namen van Enlil. Enlil wordt door Joh. van Buttlar (1991/1992) op desite De Tiende Planeet in verband gebracht met de Annunaki (die uit de hemel naar de Aarde zijn gekomen). Enlil bouwde het controlecentrum NIBRU.KI (het latere Ni Ib Ru - Nippur), dat verwijst naar de thuisplaneet van de Annunaki: Niburu. Zijn ziggurat droeg op de top een DIR.GA (donkere gloeiende kamer), waar de sterrenkaarten werden bewaard. |
![]() |
![]() |
Nippur werd later een heilige stad en het religieuze centrum van Soemerië. Het was een stad van astronomen/priesters. Een Soemerische tekst zegt van deze stad: "De stad der aarde, de verhevene, uw schone plaats waar het water zoet is. U grondvestte de Dur-An-Ki in het midden van de vier hoeken van de wereld." De Doer-An-Ki was, letterlijk vertaald, een "verbinding-hemel-aarde", een heiligdom waar de God Enlil autoriteit had (bron: Wie was Abraham) |
| Hoewel tot nu toe geen Soemerische theogonie of een scheppingsverhaal is gevonden, heeft men er provisorisch één
gereconstrueerd. Kort samengevat ontvouwen de goden en godinnen zich uit het naamloze goddelijke mysterie als volgt: in het begin was er
An (in het Babylonisch Anoe), de eerstgeborene uit de oerzee,
d.w.z. de wateren van de Ruimte. Hij is voorvader van de goden en heerser van de hemel voorbij de hemelen. Zoals de Griekse Ouranos was hij verenigd met Aarde
(Ki) en verwekte
Enlil, de Heer van de Lucht, de adem en het woord en ‘de geest van het hart van Anoe’. Enlil verwekte de maan,
Nanna/Suen (in het Babylonisch Sin) en Nanna op haar beurt verwekte twee heel belangrijke godheden in het
Gilgamesj-epos:
Oetoe (Sjamasj), de zon, de alwetende god van rechtvaardigheid; en
Inanna (Isjtar-Venus), de Koningin van de Hemel, de godin van de Liefde en de Strijd. Andere hoofdrolspelers zijn o.a.
Enki (Ea), een ‘zoon van Anoe’, heer van de Aarde en de waterige Afgrond, ook de Heer van Wijsheid en een medeschepper en weldoener van de mensheid; en
Aroeroe (‘zaadlosmaker’), zuster van Enlil en godin van de schepping (‘vrouwe van de stilte’). De goddelijke wereld was hecht verbonden met de mensheid. De Soemerische koningslijst vermeldt acht goddelijke koningen die over een periode van 241.200 jaar hadden geregeerd nadat ‘het koningschap uit de hemel was neergedaald’. Toen joeg de Vloed over de vijf steden waarover zij regeerden. Na de Vloed daalde het koningschap nogmaals neer uit de hemel en Gilgamesj, de beroemdste held uit Mesopotamië, de legendarische en vergoddelijkte koning van de stad Uruk in Soemer, regeerde als Oeroeks vierde of vijfde soeverein. |
|
Inanna / Ishtar De Soemerische godin Inanna werd voor het eerst vereerd in Uruk (Unug in het Soemerisch, bekend als Erech in de bijbel) in de vroege periode van Mesopotamische geschiedenis. In bezweringen, gebeden, mythen, inscripties etc. werd Inanna/Ishtar vereerd en aangeroepen als de brenger van levenskracht. Maar er was ook een donkere kant aan deze godin van leven. Als godin van vruchtbaarheid en seksualiteit had zij tevens de kracht landbouwgrond te vernietigen en dieren onvruchtbaar te maken. Ze werd aangeroepen als godin van de oorlog, tijdens veldslagen en achtervolgingen, in het bijzonder door de oorlogszuchtige Assyriërs, Volgens de overlevering verscheen Ishtar voor een veldslag voor het Assyrische leger, gehuld in krijgstenue en gewapend met pijl en boog. (Mogelijk was zij de voorloper van de Griekse godin Athene, die ook meestal zo afgebeeld werd.) Als echtgenote van de oorlogsgod Shalman werd de Ishtar van Jeruzalem (Ashtoreth) Salmanitu genoemd. Sommigen brengen de namen Esther en Mordekai uit het Bijbelboek Esther in verband met respectievelijk Ishtar en Marduk (god). In alle grote centra had Inanna, later Ishtar, haar tempels: E-anna, "huis van An", in Uruk; E-makh, "groot huis", in Babylon; E-mash-mash, "huis van offers", en in Nineveh. Inanna was de beschermheilige van prostituees en werd waarschijnlijk verzorgd door priesteres-prostitutees. (Zowel mannen als vrouwen). De (latere) toegewijden van Ishtar waren maagden, die zolang als zij in haar dienst waren, niet mochten trouwen. |
![]() |
|
Tegen de Babylonische tijd werd Ishtar nog altijd beschreven als degene
die de koning aanstelde: "Zij die de koning met gezag begiftigde".
Ze werd in een bepaalde inscriptie ook aangeduid als "Zij die aan
alle koningen de scepter, de troon, het jaar van regeren geeft",
en ook "Raadgeefster van alle heersers, zij die de regeerperiodes
van de koningen in handen houdt". |