|
510 |
Hoefdieren (Ungulata) |
![]() |
| Vroeger onderscheidde men
binnen de Hoefdieren twee hoofdgroepen: Evenhoevigen en Onevenhoevigen.
Tegenwoordig worden de volgende orden onderscheiden: 1. Oerhoefdieren (Condylarthra) † 2. Dinocerata † 3. Embrithopoda † 4. Desmostylia † 5. Onevenhoevigen (Perissodactyla) 6. Arctostylopida † 7. Mesonychiden (Mesonychia) † 8. Walvisachtigen (Cetacea) 9. Evenhoevigen (Artiodactyla) Rechts: Een hoefdier (orde Dinocerata) |
![]() |
![]() |
Evenhoevigen en Walvisachtigen zijn zeer nauw aan elkaar verwant en worden ook wel ingedeeld in één orde: Cetartiodactyla (Walvissen en Evenhoevigen). Enkele soorten binnen deze Orde evolueerden zich aan het begin van het Tertiair tot roofdieren, zoals de Andrewsarchus. Links: Nieuwe indeling van de orde Evenhoevigen en Walvisachtigen. Tot de Eeltpotigen behoort de Familie der Kameelachtigen (Camelidae) (Lama, Guanaco, Dromedaris, Kameel). Uit DNA-onderzoek kwam naar voren dat de Walvisachtigen de naaste verwanten van de Nijlpaarden zijn. Dit kwam als een grote verrassing omdat op basis van de morfologie en fossielen werd aangenomen dat de Walvissen afstammelingen waren van de Mesonychia, een zustergroep van de evenhoevigen. Bepaalde morfologische kenmerken van uitgestorven, primitieve walvissen, met name van de enkelbeenderen, lijken echter de plaats van de walvissen binnen de evenhoevigen te ondersteunen. Deze nieuwe indeling is echter nog steeds controversieel. |
| De
vroege hoefdieren vormden een uiterst diverse groep dieren met een
herbivore levensstijl, enkele vormen echter ontwikkelden zich tot
aaseters. Uit deze groep ontwikkelden zich de meer gespecialiseerde
grazers zoals paarden, runderen en herten. Tijdens het Mioceen beheersten
zij het leven op land.
Tijdens
het begin van de Paleoceen toen de herbivore zoogdieren (uitgezonderd multituberculaten) floreerden werden zij niet bedreigd door carnivoren.
|
|
|
Onder: Phenacodus (orde Condylarthra) |
| Gemaakt: 13-06-03; laatst bijgewerkt: 12-04-08 |