3815

Masada (73 n. Chr.)

Na de val van Jeruzalem in 70 n. Chr. zochten de Joodse nationalisten die de strijd tegen de Romeinen wilden voortzetten hun toevlucht op Masada

De Joodse historicus heeft in zijn boek De Joodse oorlogen uitvoerig het drama beschreven dat zich op het plateau afspeelde toen het na een beleg van enkele maanden in Romeinse handen viel. Vijftienduizend Romeinse soldaten onder bevel van Flavius Silva belegerden Masada. Vanaf het plateau zijn in de diepte nog de omtrekken van de Romeinse tentenkampen te zien. 

Flavius Silva en zijn commandanten waren ervan overtuigd dat de 967 Joodse mannen, vrouwen en kinderen die zich op het plateau hadden teruggetrokken zich zouden overgeven, gedwongen door honger en dorst. Dat gebeurde niet. Voor en ten tijde van koning Herodes ( 73 - 4 v. Chr.) waren op het plateau in enorme schuren grote hoeveelheden voedsel en wapens opgeslagen. In de kurkdroge woestijnlucht zijn granen, vijgen en olijven lang houdbaar. In de diep cisternen in de rots was voldoende water voor het kleine Joodse garnizoen. Zo kon het beleg bijna twee jaar voortduren.

Intussen ging de strijd door. Met nachtelijke uitvallen uit hun hoge vesting verrasten de Joodse strijders de Romeinse soldaten. De Romeinse artillerie, die de muren van Jeruzalem hadden gebroken, kon de hoge wallen van Masada niet bereiken en daarom liet Flavius Silva een kunstmatige heuvel naast Masada aanleggen, waarop een hoge houten schiettoren werd gebouwd. 

Van daaruit werd de westelijke muur van Masada beschoten en in brand geschoten. Elazar Ben Yair besefte dat het laatste uur voor zijn strijders en gezinnen had geslagen. Josephus Flavius beschrijft uitvoerig hoe deze commandant de Joodse gemeenschap op de rots ertoe bewoog zelfmoord te plegen. 

"God heeft ons het privilege gegeven als vrije mensen te sterven. Laat onze vrouwen ongebruikt sterven en onze kinderen ook zonder slavernij te kennen.", zei hij. Vóór het plegen van de massale zelfmoord werd de vesting in brand gestoken. Alleen voedselvoorraden werden voor het vuur gespaard, zodat, zoals Elazar Ben Yair zijn mensen voorhield, de Romeinen zouden zien dat zij niet uit gebrek waren gestorven, maar de dood boven de slavernij hadden verkozen. 
"Laten we als vrije mensen sterven en deze wereld verlaten in gezelschap van onze vrouwen en kinderen." Het lot wees tien mannen aan die met het zwaard de mannen, vrouwen en kinderen moesten doden. De overblijvende tien mannen lootten wie wie zou doden, totdat de laatst overlevende zelfmoord pleegde. Josephus Flavius verhaalt van de verbijstering die zich van de Romeinse soldaten meester maakte toen ze de ochtend na de zelfmoord het plateau opgingen en niet op verzet stuitten, maar in plaats daarvan de lijken van de Joden vonden. Slechts twee vrouwen en enige kinderen, die zich verstopt hadden in een waterleiding, overleefden dit bloedbad. en zij konden vertellen wat zich had afgespeeld.
Nadat het door brand verwoeste paleis een tijdlang was bezet door de Romeinen, werd het geheel vernield door een aardbeving. Op de puinhopen verbleven enige jaren Byzantijnse monniken, die tenslotte door de Perzen in 614 werden verdreven. Daarna was het stil op Masada tot de opgravingen in de jaren zestig (20e eeuw). Toen werden op het plateau bij de westelijke poort scherven terug gevonden met de Joodse namen erop. Het waren de loten die tijdens dit laatste oordeel dienst deden. Ook vond men op het plateau de resten van het grote paleis van koning Herodes, met zijn troonzaal, badhuis, magazijnen, synagoge en waterreservoir. Zowel het grote publieke badhuis als de mozaïekvloeren en fresco's getuigen van een op deze onherbergzame plek niet verwachte weelde. 

laatst bijgewerkt: 25-04-03

Colofon