5166

Latere Middeleeuwse kastelen

Na de Kruistochten werd de woontoren, net als de motte, uitgebreid. 

De kastelen hadden dikke hoge muren en ronde torens op de vier hoeken staan. Een diepe slotgracht moest de vijand op een afstand houden. De kennismaking met de beschaving in het Oosten tijdens de kruistochten veroorzaakte een verandering in levensgewoonte. 

rechts: Bodiam castle

Vele ridders maken tijdens de kruistochten kennis met tapijten, kostbare stoffen, meubilair dat niet alleen gebruiksvoorwerp is maar ook een zeker comfort biedt, en andere luxe. De bestaande donjons en woontorens bieden echter niet veel woonruimte. Een kelder als opslagplaats, een kamer of zaal, waar iedereen de dag doorbrengt en waar vermoedelijk ook een gedeelte van de kasteelgenoten slapen, en nog een kamer op de verdieping, waar vermoedelijk alleen wordt geslapen. Men is aan uitbreiding toe. 

Vooral sinds het begin van de 14de eeuw is er  een grote bouwactiviteit. Speciaal in Gelderland is er omstreeks deze tijd een enorme aanwas van het ridderschap die zich natuurlijk ook stenen huizen wil laten bouwen. Deze bouwactiviteit moet ook worden gezien als een gevolg van grote economische veranderingen. De toenemende ontwatering  van de drassige streken en het geweken gevaar voor overstromingen brengen meer land in cultuur. Ook de opkomst van de  steden speelt een grote rol. 

Voordat de groeiende bevolking der steden een economische factor van betekenis wordt, heeft de  edelman er geen belang bij op zijn land meer te laten produceren dan hij op kan. Er is vrijwel geen sprake van enig transport van een surplus. Maar met de opkomst van de steden ontstaat een vraag naar producten die alleen door de plattelandsbevolking, en  dat betekent dus de adel, kan worden geleverd. Hierdoor aangespoord eist men meer van de grond die al in gebruik is en wordt er ook getracht nieuwe grond te ontginnen en geschikt te maken voor landbouw en veeteelt. Het geld dat door de steden wordt  besteed gaat naar de adel, die het zich nu kan veroorloven een sterk huis te bouwen.

 ruïne. In de loop der tijden zijn diverse kasteeltypen ontstaan. De kastelen op ronde, ovale of veelhoekige grondslag moeten tot de oudste worden  gerekend. Die met een rechthoekig grondplan komen vooral sinds de 13de  eeuw voor. Een variant van het vierkante kasteeltype met een toren op één  van de hoeken aan de voorkant is alleen nog bekend uit het oosten van Nederland. Dit is een vrijwel vierkant kasteel met twee woonvleugels die  loodrecht op elkaar staan. In de binnenhoek bevindt zich een traptoren en op  de buitenhoek meestal een zware toren. Aan de twee andere zijden van het  kasteel bevindt zich hoogstwaarschijnlijk een schildmuur met een  toegangspoort. Soms kan er ook op de hoek waar de twee weermuren elkaar  raken een toren staan, hoewel dit meestal niet het geval schijnt te zijn. Het kasteel van Vorden vertoont bijvoorbeeld een dergelijk grondplan. De bestaande donjon of woontoren blijft in deze constructie een grote rol spelen. In ons waterrijke land wordt vaak gebruik gemaakt van het water als verdedigingselement. Dit  komt goed van pas om het naderen van het kasteel te bemoeilijken. Zeker als kanonnen gemeengoed worden. De draagwijdte van het eerste geschut bedraagt zo'n 200 passen. Dubbele grachten geven hiervoor een oplossing. 

Vrijwel de meeste nog bestaande kastelen hebben een lange bouwgeschiedenis, tijdens welke vele malen sprake was van  verbouwingen en uitbreidingen. Na de toepassing van het buskruit begint de betekenis van de kastelen als moeilijk te veroveren  bolwerken te verminderen. Langzamerhand legt men zich er op toe deze, van oorsprong slecht voor bewoning geschikte  burchten, geriefelijker in te richten. Vooral in de 17de eeuw zijn vele kastelen verbouwd tot buitenverblijven.

In de 13e eeuw had de Duitse keizer niet meer zo veel te vertellen over de Lage Landen. Graven, hertogen en bisschoppen waren steeds met elkaar aan het vechten. In die strijd zijn heel wat kastelen verwoest. Van sommige zie je hiervan nog een ruïne.

laatst bijgewerkt: 25-03-01

colofon